EvaDemaya, woensdagavond, 30 juni 2010.
Vandaag is Karen in de kliniek begonnen (het was niet druk: 6 patiënten) en ik heb een heel relaxed(te) dag gehad met Peter en Andrea. Laatste boeken uitgedeeld en de lamp* gegeven. Om de beurt krijgen ze de lamp 14 dagen, totdat we een tweede hebben gestuurd. Dat is op zich een heel goed idee, want hij geeft echt heel goed licht en zo kunnen ze 's avonds ook nog werken.
*) De lamp waar Arjen het over heeft, is een bureaulamp van IKEA op zonnecellen die ik (Joyce) gekocht heb en meegegeven heb aan Karen. De lamp heet SUNNAN en kost €19,95. Bij ieder verkocht exemplaar schenkt IKEA ook een lamp aan een project in Pakistan.
Nu ik weet dat ik spoedig wegga, voel ik de vermoeidheid nu toch ook wel hoor. Heb zin om weer eens een gewone nacht te slapen en op een normale tijd naar bed te gaan en dan omstreeks 7 uur eruit. Dit blijkt toch allemaal heel raar.
Morgen nog een keer met Peter en Andrea en daar heb ik ook wel een leuk plan voor. Dan is het vrijdag voor het laatst met de groep en ik ga pannenkoeken bakken en die eten we dan met de lunch. Ik maak in de klas het beslag en dan ga ik om 11 uur staan bakken. Ik heb een klein steelpannetje gevonden (met een vlakke bodem) en daar ga ik het mee doen. Ik laat ze dan in groepjes kijken in de keuken hoe ik dat dan doe. Het worden allemaal pannenkoeken die ze met suiker gaan eten. Het is niet voor te stellen hoeveel suiker dit volk gebruikt. Peter doet in een gewoon kopje thee, niks bijzonders, zeg maar een pickwickglas, zomaar 4 scheppen suiker. Je gelooft je ogen niet als je het hen ziet doen. En……..ze doen het allemaal. Ze moeten alvleesklieren van beton hebben. Nou ja, mijn suikergebruik is al weer veel lager aan het worden. Wel weer een paar keer mijn hoofdhuid open gehaald aan overstekende rieten daken. Die kopse rietkanten zijn dan niet zo prettig, dat kan ik je wel vertellen.
Ik ben in feite nu wel klaar hier. Hoef bijna niets meer te doen in de kliniek. Morgen nog een meisje met die abcessen achter d’r oren vanwege die gaatjesprikkerij. Daar wil ik nog wel een keer een foto van maken. De eerste foto’s zijn ook al geweldig hoor. Wat een zakken met etter…….
Vanmorgen eerste werk was een bezoek aan Edinalah Mtonga. Ze was heel blij me te zien, en zeker met Calendulazalf. De wond ziet er nu goed uit. Geen etter en een heel mooi roze velletje. De hele huid is dicht en nu moet het alleen maar dikker worden. Je hebt geen idee hoe het er bij haar binnen uitziet en dat laat ik ook maar even zo, totdat je alle foto’s na elkaar kunt zien. Dan krijg je wat te zien hoor. Je zult je ogen niet geloven en toch is het allemaal echt gebeurd. Ik neem de hele casus voor je mee en dan met foto’s…… echt zeer spectaculair.
Ik ga dinsdag a.s. om 09.00 uur bij haar op bezoek om nog afscheid te nemen. Dat weet ze al en ze stelt het heel erg op prijs. Twee vrouwen uit de buurt zijn er dan bij. Die verzorgen haar met eten en met de wond en die vinden het geweldig wat deze witte dokter allemaal voor mekaar kan toveren. Dat vond ik bij deze casus ook wel hoor. Er zijn een paar heel spectaculaire casussen en deze hoort daar zeker bij. We moeten hier wel een heel mooi PPP van maken. Foto’s zat en dan kan Nederland haar ook zien. Ik hoor nu de oooooooooooooh’s en aaaaaaaaaaaaah’s al door de zaal gaan. En als je dan de afloop ziet…..Ik lag in bed en bedacht ik ineens in het Latijn: Nil Desperandum. In Calendulam Speravi. Maar of dat goed is weet ik natuurlijk niet, maar ik vond dat het wel leuk klinkt. Misschien kan Joyce er nog iets aan verbouwen als het nodig is.
Hoe gaat deze week verder? Morgen dus Andrea en Peter. Klaar om 15.00 uur. Vrijdag de hele dag de lesgroep, maar ’s morgens pannenkoeken voorbereiden en bakken en in de middag gesprek met Jacqueline en de groep en daarna neem ik maar afscheid. Dan ben ik hier klaar. Dan puf ik uit, denk ik. Dan ga ik vrijdagavond naar Vimbuza en daar mag ik foto’s maken. Ook leuk. Heb er opnieuw heel veel zin in. Eén van de verzorgvrouwen van Edinalah Mtonga zit in de groep en die heeft mij herkend en ze zal me vrijdag aanspreken en ze vindt het geweldig dat ik mee doe met de ritme-sectie. Ik herken haar niet, want ik heb sowieso moeite met herkennen van gezichten en een andere situatie. Zaterdag en zondag zijn dan echt uitrustdagen en ik ga dan in het dorp hier en daar wat mensen gedag zeggen. Maandag zie ik dan nog een paar mensen in de kliniek en ik pak de spullen in en maak nog een rondje over het terrein om iedereen gedag te zeggen. Dinsdag om 09.00 uur komt Griffin of Robson en dan is het gebeurd.
Jacqueline is er dan niet bij. Die gaat zaterdagochtend naar Mzuzu en ik zie haar daar nog even als ik daar de memory-stick aflever met dit bericht voor Joyce. Misschien ligt er dan voor mij ook nog wat. Ik zie het wel. Wanneer ik nu het geheel overzie, dan had het niet twee weken korter gekund. Dan had ik niet afgekregen wat nu wel af is. In de laatste weken is het repertoriumlicht toch wel aangegaan bij nog twee in de groep. Resultaat is dat ong. 6 of 7 ermee kunnen werken en 5 niet. Die kennen het alfabet niet goed en zitten dus altijd te prutsen. Zielig om te zien, maar daar ga ik geen energie meer in steken. De groep moet echt gesplitst worden en de beste groep kan dan verder bijv. met “Where there is no doctor” en dan daar de homeopathische indicaties bij gaan zoeken. Dat is een voorstel wat ik gedaan heb naar Jacqueline en dat vond ze een geweldig idee. Of dat inderdaad wat kan worden……… Eerst moet Nicoliene ook maar nadenken.
Donderdagavond, 1 juli 2010 om 20.56 uur.
Vandaag was een zeer grijze, koude en regenachtige dag. Niet leuk. Ik heb zeker nog leuk met Peter en Andrea gewerkt (hen geleerd hoe ze een repertorisatie moeten maken) en dat vonden ze heel erg leuk. Maar het grootste deel van de dag zijn zij dan toch zelf bezig en ik zit maar wat te wachten. Vandaag was de eerste dag dat ik graag naar huis wilde. Ik ben wel klaar nu. Ik heb zoveel verteld dat ze nu eerst maar zelf aan de slag moeten en ik ben ook wel moe hoor. Het heeft hier heel veel energie gekost. Ik heb ook wel energie gekregen en het werk was zeker zeer boeiend. Je gaat me daar heel enthousiast over horen vertellen (met alle tekortkomingen en moeilijkheden die ik ook zal vertellen: het is niet alleen maar fantastisch hier), maar zoals het vandaag dan vaak lang duurde…..dan wil ik wel naar huis. Morgen gaat de dag heel vlug, omdat ik de halve ochtend in de keuken sta om pannenkoeken te bakken. Met de lunch eten we die dan op en ik hoop maar dat het niet net zo’n teleurstelling wordt als in Kenia. Daarna komt Jacqueline met ze praten en wrs. wordt er wat geëvalueerd en dan zijn we klaar. Ze nemen dan afscheid van me en ik heb geen idee of ze iets gaan doen. Wat mij betreft mogen ze zingen en klappen en dan is het klaar. Morgenavond Vimbuza.
Ik ben nu moe, een beetje vreemd gevoel van “ik heb hier heel hard gewerkt en ik ga nu weg en kom voorlopig niet meer terug”. Ik laat veel aardige mensen achter en ik heb ontzettend veel van mensen gezien.” Echt een cultuur van een “tribe” met een beperkt taalvermogen en mensen die nauwelijks weten wat er elders op de wereld gebeurt. In die beperktheid heb ik zeker overleefd als heeft het heel vaak heel veel incasseringsvermogen en “ik-ben-hier-gast-houding” gevraagd. Soms vond ik ze erg grof in situaties waarin ik mij dan bevond en ik denk echt dat dat komt door een verschil in cultuur: geen zicht op situaties met een “gast over de vloer”. Ik kan overleven, dat kan ik zeker, maar toch vaak ook echt grote cultuurverschillen. Ik kon/kan er naar kijken met de ogen van een therapeut, een antropoloog, een beschrijver, een waarnemer, maar deze waarnemer was zelf ook in die situatie en dat maakte het niet altijd gemakkelijk. Vakinhoudelijk vond ik het hier echt een feest. Ik heb heel veel gezien en geleerd. In sociaal opzicht heb ik mij zeker ook wel “tussen de apen” gevoeld. Ik heb dat al eerder gezegd en ik bedoel het niet denigrerend, maar het tekent wel dat ik geregeld een invoelend vermogen van mijn gastheren en gastvrouwen heb gemist. Lang niet altijd hebben ze door hoe ik mij in de situatie voelde. Malawiërs “voelen” niet zoveel, althans, daar gaat het nooit over en als je dat aanraakt, dan is de situatie ineens heel erg vreemd en vervreemdend. Ik heb geleerd hoe dat dan is. Ik heb het niet vermeden, maar gezien dat het niet werkt. Echt verschillen in cultuur. Misschien was het wel gemakkelijker om in mijn eentje te overleven. Ik kon geregeld nu ook helemaal op mezelf terugvallen en alleen maar observeren, observeren. Nogmaals, ik heb dat al vaker geschreven, dit had ik nooit willen missen, maar ik heb meer gezien dan ik verwacht had, ook in de omgang met mensen hier. Vaak hebben ze het mij, door hun gedrag, niet altijd gemakkelijk gemaakt. Misschien ben ik er extra gevoelig voor, maar ik denk ook dat zij totaal niet door hebben hoe mensen uit een andere cultuur dan de hunne zich voelt wanneer die zich tussen hen bevindt. Daar hebben veel van de vrijwilligers geen enkele moeite voor gedaan. Ik denk dat ze het gewoon niet zien. Natuurlijk vindt iedereen zijn eigen cultuur superieur of goed of adequaat, maar omgaan met een gast gedurende een aantal weken, dat is nog wel een ander verhaal. Door McDonald ben ik, grappig genoeg, verscheidene malen de les gelezen. Dat zou ik zelf met een gast natuurlijk niet in mijn hersenpan halen. Nu is het wel grappig natuurlijk, dat het gebeurde, maar het tekent wel wat er in een aantal hoofden omgaat en wat er niet in omgaat. We praten dan over homofilie of over een kind, waarvan de moeder geen melk heeft, te laten drinken bij een min. Hoe ik dat durfde voor te stellen. Deze man had geen enkele terughoudendheid om mij met Bijbelteksten en al uit te leggen hoe duivels mijn ideeën wel waren. Dat is dan ook wel lachen hoor. Niet dus.
Zaterdagochtend, 3 juli 2010 om 8.28 uur.
Gisterenochtend nog een laatste vragenrondje en dat was ook wel heel erg leuk. Bij het “weggaan” zagen velen in de groep dus dat ik ook echt wegga en ze realiseren zich dat nu ook. Nu komen de persoonlijke (hulp)vragen over moeders met hoge RR en persoonlijke genitale ellende etc. Ik heb hen nu verwezen naar de volgende homeopaat. Dit kan/ga/wil ik niet meer doen. Daarna ben ik pannekoeken gaan bakken en net als in Kenia was dit eerst helemaal geen succes. Ze vinden mij in de keuken heel actief en willen alles weten omtrent recept etc. en ondertussen bak ik een enorme stapel pannekoeken en dan komt de lunch om 12.00 uur (met pannekoeken dus) en dat beginnen ze grote bakken met ugali etc. etc. te verorberen en laten de pannekoeken staan. Pas als alle ugali (nsima) op is liggen er nog koude pannekoeken en die blijken dan ineens (te laat) toch wel lekker en dan hebben ze spijt dat ze die niet warm hebben opgegeten. Ja, zo gaat het. Ik heb met verbijstering zitten kijken. Ze zitten zo vast aan hun eigen eetpatroon….. Daar kan helemaal niets tussen komen. Echt helemaal niets!!! De enige die er direct van at was Andrea, vanaf het begin en hij vond het ook heel erg lekker. Hij was de enige die er ook heel aardige en enthousiaste dingen over zei. Erg, erg prettig. Daarna, om 13.00 uur, kwam Jacqueline in de groep iets uitleggen over het vervolg. Karen gaat vrouwenmiddelen doen. Ze wil ook twee keer in de week en J. vindt dat veel te veel, maar Karen wil het toch. Nou ja, ze mogen het weer bedenken. Daarna heb ik afscheid genomen in de groep. Dat was heel goed. Ik heb veel positieve dingen gezegd en ook gezegd om in het vervolg in aanwezigheid van gasten veel meer Engels te spreken in de groep en geen Tumbuka, in elk geval zo lang de docent aanwezig is. Ik heb me geregeld een “alien” gevoeld tussen het geleuter, ook in de klas. Ik heb het geregeld gevraagd om dat niet te doen, en ze vallen toch steeds weer terug. Ik vond dat vaak heel moeilijk, maar na verloop van tijd heb ik er niets meer over gezegd omdat ik anders een nog rotter gevoel krijg. Ik vind dat ze in dat opzicht niet goed voor hun gast(en) zorgen. Ik heb het omgedraaid: hoe zou je je voelen als je 8 weken in Nederland zou zijn met ander eten, andere geuren, andere kleur mensen, andere taal waar ze niets van snappen en dat hun gastheren dan onderling alleen maar Nederlands zouden spreken……. Dat werkte wel en ze zijn toch wel geschrokken. Ze zijn een beetje vergeten hoe ik daar als enige witte man dan tussen zit, en er het grootste deel van de dag niets van begrijp. Ik vind het echt een verantwoordelijkheid van de gastheren en gastvrouwen om het mij “comfortable” te maken. Daar ontbrak het wel eens aan. Verder voel ik me in de groep zeer vertrouwd en als we Engels praten is de sfeer ook zeker heel goed geweest. Om 14.00 uur heb ik er zelf een eind aan gemaakt met de vraag of ze voor mij wilden zingen. Dat is gebeurd, maar echt Afrikaans enthousiast klonk het niet. Ze maakten er geen mooie show van. Ik denk toch weer verlegen met het moment en niet weten om te gaan met emoties. Dat is voor Afrikanen sowieso een heel grote klus en voor deze groep ook. Emoties bestaan eigenlijk niet en als het naar boven komt, weten ze niet hoe snel ze dat weer moeten wegmoffelen en dus ontstaat er een heel bizarre sfeer. Ik heb het zelf weer doorbroken met een gezellig praatje en daarna van iedereen persoonlijk afscheid genomen. Andrea liep met me mee naar buiten en hij gaf mij drie brieven: één van Glory met een werkelijk schitterend cadeau. Ik heb van haar haar eigen, persoonlijk voor haar uit hout gesneden, leeuw (werkelijk schitterend mooi) gekregen en of ik die altijd wil bewaren. Ja, natuurlijk wil ik dat. Ik had kippenvel op mijn armen en tranen in de ogen. Heb ik nog. Wat een cadeau. Daarna van Lucy een heel aardige en dankbare brief. In het Tubuka. Ze spreekt en schrijft geen Engels, maar ze heeft werkelijk een bijzondere brief geschreven. Tenslotte heb ik van Andrea een brief gehad, in het Engels, en die zal ik hieronder uittypen. Wil je die op de website zetten, zo gauw als je deze mail hebt ontvangen. Hij schrijft namelijk ook voor de mensen die mij gesteund hebben om hier te zijn. In de laatste weken ontpopte hij zich werkelijk als een zeer bijzonder en plezierig mens met erg zorgzame kanten. Zijn brief is er eentje waaruit grote dankbaarheid spreekt. Zeer bijzonder. Peter deed het ook goed, maar heeft een veel groter ego dan Andrea. Andrea’s eenvoud spreekt me heel erg aan. Hij is bijzonder genereus naar anderen, zeer bescheiden en uitermate dankbaar (gemeend!!!) wanneer hij dingen krijgt.
Vandaag had ik een afspraak met de moeder van één van de studenten (zeer heftige hoofdpijn na onderdrukte malaria), maar het gaat (weer) niet door en ik heb een berichtje achtergelaten dat het morgen ook kan. Ik zal wel zien. Verder heb ik om 11.00 uur een afspraak met de vader van Alexander (die mij op de eerste dag heeft rondgeleid) om naar een kerkhof te gaan. Het is absoluut verboden voor een mzungu om zonder begeleiding een kerkhof te betreden. Deze man is een “chief” en als hij erbij is, dan mag het wel. Hij vertelt dan eerst aan de “slapende geesten” dat we met goeie bedoelingen komen etc. etc. en dan mag ik alles zien. Ik ben zeer benieuwd. Ik heb de begraafplaats uit de verte gezien, maar ik wil ook graag van dichtbij kijken. Toen ik uit de verte stond te kijken - Andrea was erbij en vertelde mij vooral niet dichterbij te komen - stonden er al mensen te kijken wat ik daar deed. Wanneer ik er in mijn eentje naar toe zou gaan, kan krijg ik enorme heibel en moet heel veel geld betalen. Kortom, goed dat ik gewaarschuwd ben. Ze vinden het heel vreemd dat in Nederland iedereen zomaar naar een kerkhof kan gaan en daar zomaar mag rondlopen. Dat kan hier absoluut niet. Ik ben benieuwd.
Dan nu maar de brief van Andrea met een inleidend verhaaltje voor de website.
Afscheid
De laatste patiënten zijn behandeld, de laatste les is verzorgd en ik ben nu bezig met een rondje afscheid van alle medewerkers van Eva Demaya. Dat zijn er ongeveer 40 en ik ben daar wel een dagje mee zoet. Ze willen allemaal dat ik blijf (nee, echt niet, dat gaat niet, er is ook nog een thuis voor mij) en vervolgens willen ze allemaal dat ik terug kom (dat kan ik niet beloven, dat hangt van zoveel andere dingen af). Ik heb hier heerlijk gewerkt, ik heb meer dan 300 patiënten gezien en behandeld. Ik heb van velen van hen foto’s gemaakt en ook van hun dossiers. Materiaal te over om in presentaties te laten zien hoe het hier werkt. Ik heb 8 weken tussen de Malawiërs gewoond en gewerkt en de verschillen vallen langzamerhand wat weg tot ze plotseling ook weer opduiken als een hele dikke stapel pannekoeken onaangeroerd blijft, omdat ze vooral eerst hun eigen nsmima met relish (maispap met groente) willen eten. De meesten raken de pannekoeken niet aan. Ik wilde hen ook iets laten zien van onze feest-eet-cultuur en ze vonden mij als kok wel heel geweldig, maar het resultaat van mijn activiteiten…….nee, toch maar niet. Degenen die het probeerden waren heel enthousiast, maar de meesten begonnen er toch maar liever niet aan. In veel opzichten heb ik steeds het gevoel gehad dat het voor mij gemakkelijker is om deel te nemen aan de Afrikaanse cultuur dan dat Afrikanen stukjes van de onze willen “proeven”. Ik weet het ook wel, het is een zeer traditioneel ingestelde bevolking: “We gaan het niet anders doen dan we gewend zijn” en misschien is dat ook wel het ingewikkelde aan ontwikkelingshulp. Medische zorg geven past daar uiteraard helemaal in, want als je buikpijn hebt ga je naar de dokter voor een medicijn. Omdat homeopathische zorg hier helemaal niets kost (en veel mensen geen geld hebben om de dokter en zijn medicijnen te betalen) komen ze vanzelf ook in de homeopatische kliniek terecht. Ze weten het verschil in feite niet en dat maakt ook niet zo uit. Behalve dat er hier in de kliniek patiënten behandeld worden, worden er hier ook homeopaten opgeleid en zij kunnen er wellicht voor zorgen dat wat er gezaaid wordt ook weer kan uitgroeien.
Hoe kan ik het beste duidelijk maken wat de ervaringen van de Malawiërs zijn met mij als mzungu-homeopaat over de vloer? Ik denk dat ik dat het beste kan doen door hier integraal de afscheidsbrief van Andrea Mkandawire op te nemen. Hij gaf mij deze brief op de laatste lesdag. Ik liep naar buiten na het afscheid en hij kwam achter mij aan en gaf mij deze brief met de woorden: “This is from me for you, Arjen”.
Mphangala, 2nd of July 2010.
Dear Arjen,
Surely, your stay here made me know much about Homeopathy, especially “Repertory” and other technics about how to take a complete case.
I would like to let you know that Homeopathy I liked it just from the first day I started learning. My aim is to become a good Malawian (African) homeopath. I will do my level best treating and studying, because you have provided me with the materials that I did not know I may have. You have brought me to a higher level.
You know, I am a human brought up in a different culture. May be I have done wrong to you or disappointed you in any way of living. Please, I beg you to forgive me.
Arjen, at least in every day of my life I feel sorry that I failed to attend higher school education, because school was my favourite. But see now, the environment in which I was brought up did not allow me to attend higher education. Now homeopathy was introduced to me. Then I thought in my mind: “Oh! May be this is my way.”
So here I am, very happy with studies and helping my people in villages.
I assure you, the resources you have provided me it is a good encouragement to my practice.
May you give thanks to Joyce and tell those who supported you for coming here.
I and my family wish you a good journey back home and better life as you will be celebrating your birthday.
I remain, your student,
Andrea Mkandawire.
Dan ben ik toch echt eventjes heel stil. Daar staat het dan allemaal, hoe een eenvoudige boer uit het noordwesten van zo’n afgelegen Afrikaans land, ergens verstopt tussen de bergen in de rift-valley, de weken met mij heeft ervaren. Ik vind het ongelooflijk. Zo prachtig van eenvoud. Zo blij met de spullen. Ineens is het dan alle moeite en geld waard. Je zult zijn praktijkboek zien en dan zie dat hij werkelijk klassieke homeopathie bedrijft met helemaal niks aan materiaal. Er is een foto van hem en die is zo vreselijk duidelijk wat dat betreft. Als je je dat allemaal realiseert wat hij daar zit klaar te spelen, dan weet ik wel weer hoe vreselijk dankbaar ik mag zijn met wat ik allemaal heb. Ik heb Andrea een sms gestuurd dat ik op dinsdagmorgen (hij komt dan toch naar EvaDemaya toe omdat Karen dan les geeft) graag nog een uurtje met hem over deze brief wil praten. Langzamerhand ontpopte hij zich als zo’n vreselijk aardige en dankbare man. Werkelijk niet gespeeld (dat doen anderen soms wel hoor en dat heb ik dan snel door), want anders schrijf je niet een brief als deze. De brieven van Glory en Lucy zijn in Tumbuka en die zal ik (ook in het Engels
vertaald) uittypen en dan kun je dat ook lezen. Mochten we er ooit komen dan krijg je jonge duif te eten bij de lunch. Hij heeft er zat en Lucy wil ze dan graag klaar maken.
De laatste dagen is de ordening van al mijn papieren en materialen wat in het ongerede geraakt en vanmiddag ga ik daar wat aan doen en dan ziet dat er ook weer overzichtelijk uit. Als ik dat thuis nog moet doen, is het helemaal zo’n bende. Ik ben – het is nu zaterdag – om 05.45 uur opgestaan en wilde een lange wandeling maken. Ik was nog niet op de weg aanbeland of daar was al een flink vuur bij een familie die zich na een koude nacht aan het opwarmen was. Ik zwaaide, zij zwaaiden terug en daar begint de babbel dan al. Ik heb het fotoboekje laten zien en het was weer prachtig en gezellig allemaal. Ze weten precies wie ik ben, want iedereen praat natuurlijk en de toegankelijkheid is heel groot. Engels praten ze bijna niet, maar met handen en voeten lukt het toch heel aardig. Mijn wandeling was dus maar heel klein, maar wel weer heel aardig.
Dit weekend is Catherine hier, met haar man en haar dochter. Catherine komt van New Zealand en woont hier al wel 40 jaar. Is getrouwd met een man uit Malawi en ze hebben een dochter die met man en dochtertje ergens op een eiland in de Pacific (New Caladonia) woont. Die zijn hier dus en we hebben gezellig gebabbeld. Ik heb aan de dochter (een plaatje hoor) uit mogen leggen wat homeopathie is en dat kan ik dan wel in een minuut of vijf. Ze vond het heel mooi. Catherine heeft me een brief voor de belastingdienst gegeven dat ik alle uitgaven als “gift” kan aftrekken en dat ga ik ook wel doen. Ik weet de grote geldstroom nog wel hoor en het zijn dan vooral reis- en verblijfkosten (taxi etc. etc.) Dat scheelt dan ook nog wat.
Het is nu stralend weer met een heerlijk windje. Ik ga nu mijn petje halen en dan met een beschermd hoofd richting begraafplaats en dan eerst even uitzoeken waar Alexander woont. Ik geloof dat ik het nog wel weet van het eerste weekend en anders vraag ik het wel. Het is na de tweede kerk linksaf en dan na ong. 100 m. rechts. Iedereen kent iedereen en ik vraag het anders wel. Vanmiddag mijn belevenissen aldaar.
Ik heb de wandeling inmiddels achter de rug en natuurlijk kwam ik Alexander halverwege tegen. Kennis gemaakt met zijn “elder uncle” die (samen met nog twee neven) mij zal begeleiden naar het familiekerkhof. Er zijn hier vrijwel alleen maar familiekerkhoven. Niet een algemene begraafplaats. Ik ben begonnen met het fotoboekje en de graven van mijn grootouders laten zien. Diep onder de indruk en toen was het gelijk goed. Met z’n vijven op stap door de velden en ineens staan we dan voor een verzameling graven van de “Gondwe’s”. Heel oude en zeker ook nieuwere graven. Veel jonge mensen (aids, malaria, tb etc.). De oude baas heeft eerst (buiten het kerkhof nog) alle doden toegesproken en gezegd dat er een gast was en dat we met goede bedoelingen kwamen. Daarna mocht er alles. Hij heeft me een graf van zijn grootvader laten zien, geboren in 1886 (net als Opa Van Doorn) en vele andere graven. Bij het graf van de oudste baas van het stel heeft hij een aantal gebeden gedaan (met z’n vijven geknield dus) en daarna ik het Avé Maria en het Onze Vader in het Engels. Iedereen bad hardop mee. Indrukwekkend van eenvoud. Koude rillingen opnieuw. Daarna is het de bedoeling dat ik betaal voor het onderhoud van de graven en na een donatie bij de grafsteen van MK 200 (€ 1,00) klapten ze langdurig en heel hard. Erg blij en verheugd. Daarna mocht ik alles: overal lopen en overal foto’s maken. Heb er een paar. Ik wilde het gewoon rustig doen. Ze stelden het bijzonder op prijs dat ik hun doden wilde eren. Bij het verlaten van het kerkhof nog een laatste groet en dat was het dan. Een bezoek van ong. 20 minuten. Erg mooi.
Daarna op zoek naar de rivier de Luviri en die heb ik dus ook gezien. Stelt nu, droge tijd, helemaal niets voor, maar vlak bij de rivier is er dan wel groenteteelt en ook wel jonge mais, maar het is heel intensief en hard werken, omdat er steeds water gegoten moet worden en dat is een heel gesjouw. Ik weet nu ook hoe suikerriet groeit (langs de rivier) en ook hoe het smaakt, want ik kreeg een complete suikerrietstengel van een heel oude boer. Afpellen en dan maar kauwen. Niet lekker hoor. Wel een beetje zoet. Daarna gingen de “elder uncle” en de twee neven weer huns weegs en Alexander bracht mij een eindje op weg door de velden zodat ik de weg terug weer kon vinden. Op de weg leverde ik mijn sugar-cane bij de eerste de beste voorbijganger in en die was daar weer heel blij mee. Daarna ontmoette ik een groepje herders met ongeveer 40 koeien. Die lopen dan over de weg, ik schat een 100 km (ja, je leest het goed: 100 km.) om de kudde te gaan verkopen in Rumphi. Ze zijn dan dagen onderweg, want die koeien lopen niet zo hard. Met het geld kunnen ze voedsel kopen en een stel jonge kalfjes en dan beginnen ze weer van voren af aan. Ik heb gevraagd of ik foto’s mocht maken (mocht) en daarna de foto’s van de Nederlandse schapen (Mberere, zowel in het enkel- als in het meervoud) laten zien. Prachtig vonden ze het. Gelijk weer goeie vriendjes. Ik heb al deze weken nauwelijks vervelende mensen ontmoet. Misschien in het begin twee jongens die lastig waren en een keer een dronken ouwe man, maar over het geheel is iedereen heel erg vriendelijk (tegen mij). Bij binnenkomst op het terrein heb ik een vrouw geholpen met het op haar hoofd tillen van een bak met 25 á 30 liter water. Ze kan hem dragen, maar naar boven krijgen is toch een heel ander verhaal. Ze zal het me nooit vragen, maar ik zag de situatie en toen was ook zij weer heel blij. Wat is het leven soms toch heel eenvoudig. Vrouwen zijn hier wel heel sterk hoor. Als ik zie wat die Afrikaanse vrouwen op hun hoofd dragen aan gewicht aan water………onvoorstelbaar.
Intermezzo: één van de askari’s komt me vragen of ik naar een brandwond wil kijken. Heet water over been en arm. Blaren van rond de 10 cm. doorsnee en dan 5 cm. dik en dus een heleboel vocht erin. Blaren gelukkig nog heel. Gisteren behandeld door Karen met Combudoron en ik ben verder gegaan met Arnica 30. Het water moet nu maar terug het lijf in. Morgen ga ik daar zelf even kijken. Woont één km. van het centrum, dus dat is niet zo ver. Hij mag van mij niet meer lopen met zulke grote blaren. Doet erg zeer en bovendien kunnen ze kapot gaan. Heel sterk op het hart gebonden om de blaren in geen weeeeeeeeeeeeeeeeken open te maken. Dan kun je je lol nog op. Leuk zo’n intermezzo. Foto’s gemaakt, anders gelooft het volk het nooit. Ik ga nog een keer een mooi schematisch overzicht van over behandeling van brandwonden maken. Heb ik al in mijn hoofd.
Ben inmiddels bij die “zware hoofdpijn” geweest en het was niet door onderdrukte malaria, maar al jaren voor de malaria. Ik zag geen beeld op de hoofdpijnsymptomen en heb Puls. gegeven op een paar algemene symptomen (< door vet en dorstloos), meer was er niet. Het is de moeder van Agnes. Agnes zelf is een silicaatje en ziet er prachtig uit en haarr moeder is 70 jaar, maar ziet er ook uit als 45 of 50. Echt heel jong. Door deze moeder weet ik dat Edinalah Mtonga ouder moet zijn dan 80, want toen deze moeder van Agnes een jaar of 10 was, had Edinalah al kinderen. Iedereen beweert bij hoog en bij laag dat ze rond de 50 moet zijn, maar daar geloof ik helemaal niets van.
De brandwond – een klein stukje verder lopen – gaat goed. Geen pijn meer en ik heb iedereen bezworen om de blaren heel te laten en te houden. Ben verder in de slag met Arnica 30 en Calendula 30. Wat een blaren. Foto’s gemaakt en ook dat ga je weer zien hoor. Ik vind het wel spectaculair allemaal, maar ik moet je toch zeggen dat het al werkende ineens niet zo dramatisch lijkt. Ik zeg niet dat ik gewend raak aan zooi en ellende en drama, maar je moet gewoon aan het werk, of het nou een klein sneetje is of een wond die al drie maanden aan het pussen is en er uitziet als de krater van de Krakatau. Ook die ga je zien. Weliswaar een klein krakatouwtje (!!!), maar toch een krater. Door de veelheid van wat ik allemaal moest doen (en nog) wordt het een soort van “aan de slag zonder dat ik nog schrik” en dat betekent gewoon mouwen opstropen en gaan met die banaan. Ondertussen een grapje en een troostend woord of iets anders wat past en dat vinden ze dan weer prachtig. Homeopathie werkt toch wel. In Nederland en vroeger ook wel had ik al werkende vaak een twijfel of het wel goed was wat ik deed en of ik het juiste medicijn wel koos. Daar heb ik hier gewoon de tijd niet voor en bovendien werkt het allemaal. Ik ben helemaal verbaasd. Dit lijkt op de dagen van Kent en de verhalen die je daar over hoort. Wat is er veel verziekt in het systeem van zgn. gezondheidszorg. En de moeite die we nu moeten doen als de verziekte zooi bij ons op tafel komt te liggen….. Hier gaat het eigenlijk allemaal vanzelf. Een paar symptomen combineren en hupsakee, medicijn kiezen en volgende klant. Het begon pas echt leuk te worden toen ik de follow-ups hoorde. Kortom, hier neemt een zeer gelukkige homeopaat afscheid van het werken. Veel gedaan en heel veel geleerd. En al die denksystemen……. ONZIN. Nou ja, niet allemaal onzin, maar er is niet één systeem waarin dan alle patiënten moeten passen. Die studeerkamergeleerden moeten hier maar eens aan het werk en er dan ook voor zorgen dat je er 15 of 20 of zelfs 25 op een dag doet. Je hebt dan 10 minuten om elke patiënt in je ziekteklassificatie te proppen. Lachen is dat dan.
Morgen komen er nog drie patiënten die graag nog een keer met mij willen praten en voor de rest ben ik gewoon op het terrein aan het rondlopen en afscheid nemen. Vanmorgen in het dorp hier en daar ook al. Ook leuk om te doen. Wat een vriendelijkheid allemaal. Mocht ik hier ooit terugkomen, dan kan ik gewoon verder waar ik gebleven ben. Er zijn hier veel meer van die “Hassan-adresjes” waar ik gewoon naar binnen kan lopen. Ze zetten een stoel neer en dan eventjes naar de wond kijken of naar een verhaaltje luisteren. Aardiger nog dan in Kenia. Hier roepen ze ook wel, maar nooit “money, money” en ze willen alleen maar zwaaien en een handje geven als ik een beetje aandacht geef. Malawi heeft een uitermate jonge bevolking en het barst hier werkelijk van de kinderen. Heel, heel erg veel.
Ik ben dat zand in mijn bed nu wel helemaal zat en daarom maak ik voor die laatste twee nachten nog een keer een schoon bed op. Dat ligt dan lekker. Ik weet wel dat Dorothy dan nog een keer een set moet wassen, maar dit is echt niet lekker meer. Ik dacht dat ik het kon uitzingen, maar dat gaat niet. De laatste nachten wil ik toch ook wel goed slapen.
Ik heb niet ontbeten vanmorgen en dat ga ik nu toch maar eens doen. Ik bedoel, het is een verlate lunch aan het worden. Niet te veel, want Vincent maakt voor vanavond vast weer een heel diner klaar. Overigens is het wel zo dat hij nu voor ons drieën (Nienke, Karen en mij) even veel klaar maakt als voor mij alleen in het begin. Het is misschien ook wel moeilijk om voor één persoon te koken. Ik hou het daar maar op.
Ik ben toch blij dat ik mijn terugreis op deze manier georganiseerd heb, want dan kan er met aansluitingen helemaal niets mis gaan. Er zijn er wel die van EDC in één keer naar Lilongwe rijden (per taxi) voor de vlucht van 13.15 uur. Dat durf ik echt niet. Karen heeft ook al eens een keer met een lekke band gestaan en toen werd de auto ook nog gevorderd door de politie die een boef moest vervoeren. Kijk, dat soort grappen, daar hou ik niet van op de dag van vertrek. Ik ben dus echt op tijd en ik slaap in Lilongwe van 7 op 8 juli in een lodge op nog geen 5 minuten per auto van het vliegveld. Ik laat dan een taxi komen om 9 uur en dan is het verder helemaal goed. Dan heb ik een paar leuke boeken bij me en ik vermaak me die ochtend wel. Karen zegt dat er een zeer uitgebreide check op bagage en kleding en geld is bij het verlaten van Malawi. Ik neem daar dan maar liever de tijd voor en verder is het allemaal een mooi toneeltje. Kwart over één naar Nairobi (16.00 uur ben ik daar dan) en laat in de avond (ik geloof 22.00 uur) naar Amsterdam. Ik heb er zeker zin in, hoewel ook dit laatste weekend nog heel leuk is met allerlei mensen die ik spreek en gedag zeg. En vanochtend dus nog twee patiënten. Morgen ook nog een paar tussen het afscheid door. Het weer is nu heel mooi en rustig en ik hoop morgen ook. Dan kan ik lekker vroeg op en een mooie wandeling gaan maken. Dan geniet ik in alle rust zelf ook nog van de omgeving.
Zondagavond, 4 juli 2010 om 18.58 uur.
De boel is hier een beetje veranderd. Er is vandaag een clinical officer binnengekomen die ook in het centrum komt werken voor drie weken. Het is een jonge vent die zeer geïnteresseerd is in homeopathie en ik ga de rest van de avond gebruiken om hem het een en ander uit te leggen. Het betekent dat ik vanavond niet meer ga schrijven en daar kom ik morgen ook niet toe. Dat betekent dat ik nu stop.
De Kragge 47
8483 JV Scherpenzeel (Fr.)
Tel. 0561 480 950
Telefonisch spreekuur:
maandag t/m vrijdag
van 8.30-9.30 uur.