Zaterdag 8 mei 2010. Sinds gisteren ben ik hier en de indruk is – net als het was in Kenia in 2008 – overweldigend. Ik bedoel, ik begrijp het beter dan toen, maar toch is het een andere wereld. In elk geval een wereld van blije mensen die mij – stuk voor stuk – welkom heten. Ik ben nu twee dagen in dit land. Precies twee dagen geleden zat ik op het vliegveld in Lilongwe op mijn taxichauffeur te wachten. Ik weet dat alles goed geregeld is en Catherine, secretaresse in Mzuzu van EvaDemaya heeft het perfect georganiseerd, maar desondanks: geen Griffin die mij stond op te wachten. Wel werd ik belaagd door alle andere taxichauffeurs die daar ook op een vrachtje stonden te wachten en ze zagen direct aan mij (steeds maar om me heen kijkend) dat ik (nog) geen vervoer had. Ik zei steeds maar: “Waiting for my driver” en dan zeiden zij: “I like to be your driver”. Dan vroeg ik: “What is your name” (hopende dat één van hen zou zeggen: “Griffin”, maar dat gebeurde niet. Wat te doen? Eerst maar even wachten, maar na een half uurtje toch maar met Joyce gebeld of zij Catherine kon mailen teneinde te vragen wat er wellicht aan de hand was. Halverwege dat mailen en bellen stond er ineens een man voor me met de vraag: “Are you Mr. Arjen Pasma?” Dat moest ook wel want ik was de enige mzungu (witte man) in de hal. Hij bleek Robson te zijn en pas veel later hoorde ik wat er was fout gegaan. Het was typisch Afrikaans en je kunt het niet bedenken als je in Nederland woont. Ik denk er nu even over na of ik dit hele verhaal zal vertellen, maar ik doe een poging om jullie te laten zien hoe het in Afrika (ook) toegaat. Daar komt ie. (By the way: inmiddels heb ik de eerste aids-patiënten ook al gezien [in hun huissituatie: later volgen de foto’s] en medicijnen bedacht, dus ik weet wel waarvoor ik hier ben. Het gaat om het uitvoerende werk hoor!!!!) Er zijn in Afrika, ook in Malawi “road blocks”: weg is afgesloten, politie erbij en je wordt gecontroleerd. Mzungu in de auto betekent: vriendelijkheid en je mag doorrijden. Geen Mzungu in de auto betekent vaak: we houden je even op, kijken of er iets niet klopt (er klopt altijd wel iets niet!!!) en je mag je boete, voor een bedragje dat in de privé-zak van meneer agent verdwijnt, afkopen en dan mag je weer doorrijden. Griffin, mijn taxi-chauffeur was op weg naar mij toe (dus nog zonder Mzungu erbij) en reed in een road-block. Dat gebeurt zo vaak, maar dit keer moest hij een “boete” betalen omdat hij geen meter in zijn taxi had. Niemand heeft een meter in Malawi, maar er komt binnenkort een wet dat elke taxichauffeur een meter moet hebben. Kortom, Griffin had geen meter en moest dus betalen: 5000 Kwacha en dat is € 25,00. Inmiddels hadden ze zijn rijbewijs al in handen en zou hou je macht over de situatie. Kortom: corruptie!!!!! Griffin is (iedereen zegt het mij) een goudeerlijk man en………..hij weigerde. Groot tumult en ruzie en Griffin bleef bij zijn weigering. Het ging hard tegen hard en zijn auto mocht door een ander opgehaald worden (had nl. geen rijbewijs meer). In die situatie was hij toen hij op weg was om mij op te halen. Stel je dat maar eens voor. Hij heeft toen een collega-taxicharuffeur (Robson) gebeld met de vraag of hij mij op wilde halen en dat hij moest zijn bij een vlucht van Ehtiopian airways. Daar ging het fout. Ik reisde met Kenyan airways en zo miste Robson mij. Het duurde tot er in Malawi wat over en weer was gebeld en vergissing van locatie duidelijk werd. Vervolgens zocht Robson dus op de juiste plaats en vroeg vriendelijk: “Are you Mr. Arjen Pasma for EvaDemaya Center?” Hij was zeer opgelucht dat ik het was en een uur later dan gepland gingen we op reis naar Mzuzu, de grootste stad in het noorden van Malawi. De reis was mooi over de M1, zeg maar de A2 van Nederland, maar dan een rit van Delfzijl naar Maastricht + 50 km. Ik zal niet zeggen dat de weg op zich heel slecht van kwaliteit was, maar zo om de 500 meter zit er een flink diep ga in de weg. Daar moet je omheen. Bij dag gaat dat nog wel, maar als het donker is, en het wordt hier nu om kwart voor zes al donker, is dat een heel ander verhaal. Ondertussen drie vreselijke ongelukken gezien: een bus met vele kinderen helemaal aan gort gereden met alle ellende die je je maar kunt voorstellen, een ongeluk wat ik niet meer weet (er gebeurt zo vreselijk veel onderweg) en een vrachtauto die van de weg was gereden: ook helemaal kapot. “Mijn” Robson deed het goed, ik was alleen maar heel moe omdat ik in het vliegtuig niet had kunnen slapen: stoel kon niet achteruit en nauwelijks been ruimte. Ik heb gelopen in het vliegtuig. Nu, twee nachten verder, heb ik al weer heerlijk bijgeslapen, met drums op de achtergrond. Het laatste stuk in het donker dus en ik was van de rit ook gaar. Toch ook heel veel gelachen met Robson. Behalve dat ook serieuze verhalen hoor. Het was niet alleen maar lol. Robson bracht mij bij Maggie en Martha van het Flame Lodge in Muzu en zij hadden een adequate kamer voor mij en nog veel beter (en vooral ook meer) eten: chicken-stew met groente en rijst. Het was voldoende voor vier personen. Ik kon echt niet meer op toen ik voor twee gegeten had. De volgende morgen ontbijt en all inclusive (dus de bediening etc. etc.) betaalde ik 5000 MK (Malawi Kwacha) en dat is € 25,00. Overigens, voor de bedragen van later: een dagloon van een arbeider aan de weg (bij voorbeeld geulen graven voor kabels) is 150 MK en dat, lieve lezers, is € 0,75!!!!! De kapper kost hier MK 110 en ik ga het weer doen hoor. Robson zegt dat ze een Mzungu willen knippen voor MK 500 en ik weet dat ik ga onderhandelen (ik weet de prijs!!!) en ik ga natuurlijk wat meer betalen. Ik doe hier mee met de economie vanuit een heel rijke economie en daar mogen ze hier wel wat voordeel bij hebben. Later zal ik daar wel meer over vertellen. Robson heeft voor mij geregeld dat ik snel een goed werkende Malawi-simkaart heb en zo is bellen en sms-en met thuis wat goedkoper. Een eenvoudige sms kost nu € 0,14 dat valt dan nog wel mee. Wanneer ik dat met KPN zou blijven doen, loopt een sms snel in de euro’s en een telefoongesprek is al helemaal niet te betalen. Kortom, dit werkt. Internet is hier niet en ik ga ervoor zorgen dat er zo nu en dan een e-mail-bericht op een memory-stick naar Mzuzu gaat, bijna 4 uur rijden over een hobbelige mud-road en misschien is er van het thuisfront dan ook een berichtje voor mij. Dat wordt dan daar ook uitgewisseld en ik krijgt de stick weer hier. Ik hou mijn computer gaande met een 12-volt accu die opgewaardeerd wordt tot 220 V. De accu zelf krijgt zijn energie van een zonnepaneel. Overdag werkt het goed en ’s avonds kun je werken tot de accu leeg is. De machine die de 12 volt opwaardeert kost zelf ook (veel) energie, dus in de avond is het al snel gedaan. Ik kan overigens ook met potlood schrijven en dat doe ik ook. Tot nu toe heb ik veel aantekeningen gemaakt in een klein notitieboekje en de gegevens daaruit gebruik ik later wel weer om het verhaal compleet te maken. Kortom, even wat terug in faciliteiten, maar het werkt. Alles werkt. Het werkt Afrikaans, maar het werkt. Ik mag naar een buitentoilet en dat is, zoals overal in Afrika op het platte land: een open gat in de grond. Je hurkt erboven en je doet je werkje. Geen water erbij: het composteert vanzelf en in de beerput steekt een pijp die boven het huisje uitkomt. Omdat je vanwege schoorsteentrek vanzelf een sterke luchtstroming naar boven krijgt, ruik je bijna niets. Verder is de douche fris en niet echt koud en als ik warm water wil, dan zal Vincent, de housekeeper, warm water voor mij maken. Voorlopig heb ik dat niet nodig. Het water is fris, maar zeker niet te koud. Een frisse douche verdraag ik prima. Vincent kookt voor mij (en voor vele anderen als het in juni heel druk wordt met een kudde Schotten) en ik moet hem leren dat ik hier niet met mijn hele familie ben, maar slechts in mijn eentje. Vanmiddag heb ik voor lunch gekregen: meat-stew met grove aardappelen, twee gepocheerde eieren, een hele avocado met een dressing van de heerlijkste mayonaise. Ik heb hem direct uitgelegd dat ik Joyce ging bellen, vanwege de mayo en hem toch maar heel vriendelijk gevraagd of hij de maaltijden voor mij wil gaan halveren. Er is geen schijn van kans dat ik ook maar een halve kilo zal afvallen hier. Ik zit nu te typen in het grote guesthouse: een Afrikaans gebouw in een ovaal-vorm met een grote zithoek, drie tafels met elk vier stoelen en een doorloop naar een keuken waar alle basismaterialen aanwezig zijn. Het is nu zaterdagmiddag en Vincent heeft een vrije middag. De thee ( een liter!!) staat klaar voor mij met koekjes, zoute pinda’s en een halve liter melk. Ik beloof jullie dat ik voldoende zal drinken hoor, maar wat eten betreft………..het is te veel. Deze zaterdagmiddag heb ik helemaal voor mezelf. Het centrum is leeg, omdat er ten eerste niemand anders uit het “westen” is en alle medewerkers hebben op zaterdagmiddag vrij. Op zaterdagmorgen werkt bijna iedereen, behalve de kleuterschool en de diverse kantoormedewerkers, maar op maandag zal het weer losbarsten en dan begint iedereen om 07.30 uur. Jawel, dan is er dus al ontbeten en de boel aan de kant. In Kenia begon het feest altijd om 08.00 uur, maar hier een half uur eerder dan vroeger. Het is hier nu winter (qua tijd dan, want het is echt warm en ik pufte vanmorgen behoorlijk toen we naar twee zeer zieke patiënten toegingen) en om 06.00 uur is het ook al licht, dus je moet niet een flink deel van de “lichte dag” arbeidsloos voorbij laten gaan. Om half zes in de avond schemert het al weer en er is geen of nauwelijks elektra en dan moet het dus gedaan zijn met het werk. Gelukkig heb ik een zonnepetje bij me, anders verbrand ik werkelijk heel erg. Omdat er niemand is heb ik heerlijk de tijd om van alles uit te typen en later orden ik dan wel en maak scheiding wat voor wie of wat bestemd is. Voor wie het allemaal wil lezen: ga gerust je gang. Ik type uit wat me te binnen schiet en dat komt er van alles voorbij. Eerst maar even dit: EvaDemaya. Wie is dat of wat betekent dat? Eva staat voor Europa en Demaya staat voor Afrika. Dus als je EvaDemaya zegt, dan zeg je EuropaAfrika. en dat zegt alles. Jacqueline en haar man John zijn hier tien jaar geleden begonnen met het opzetten van dit centrum in een vorm van evenwicht tussen beide culturen met respect voor wat in beide culturen leeft. Ik merk aan alles dat dat werkt. Het is een zeer arbeidzaam centrum met veel vreugde en blijdschap. Met Robson heb ik al een stevig gesprek gehad over de “glimlach van Afrika” en wat daar dan mee afgedekt wordt. Het zit toch anders: het is een manier van omgaan met het leven, met de blije en de verdrietige dingen die zich in het leven voordoen. Verdriet (bijv. om een overleden kind of een andere stevige tik) is functioneel en daarna ga je verder. Het lijkt wel of tegenslagen heel snel geïntegreerd worden in het leven en er ontstaan geen gezeur en gemeier over dingen van vroeger of wat anderen je (wellicht vermeend) hebben aangedaan. Ik kan daar wat van leren. Er werken hier zo’n 50 mensen op het centrum en daar is van alles bij: house keeping, administratie, logistiek, bewaking, verpleging, receptie, medicijnuitgifte (allopatisch en homeopathisch), wondverzorging, kleuterschool, one-to-five-consulation (voor kinderen onder de vijf jaar), wezenopvang, herbalist (zeg maar bush-doctor), house-builders, painters, gardeners etc. etc. Het centrum ziet er schoon en fris uit. Het is ruim opgezet en ik verdwaal nu nog. Gisteren, twee uur na aankomst en de hele uitpakkerij van mijn zware koffers en de 6 dozen van 20 kg. die ik had opgestuurd (jawel, voor € 104,30 porto per stuk: allemaal aangekomen, wat iedereen voor een wonder houdt) heb ik van Alexander, 26 jaar, een rondleiding gehad. Je ziet niets van alle (vele!!!!) gebouwtjes tussen de bomen, maar elke keer doemt er weer een grasdak voor me op en zit er weer een medewerker te werken die mij hartelijk verwelkomt en met wie een leuk praatje volgt. Wat ik met wie besproken heb…..ik weet het echt niet meer, maar de sfeer is prima. Nu ik weer in Afrika ben, lijkt het een soort automatisme te zijn om woorden in het Swahili (de taal van oost en centraal Afrika) in mijn hoofd te hebben. Tegelijk met de geur in het land, de mensen en de sfeer gaat dat laatje met Swahili automatisch open. Heel lastig, want hier verstaat niemand dat en men spreekt mij nu aan met woorden die ik nog helemaal niet begrijp en ik kan ook niet veel meer terug zeggen dan iets in het Engels, wat ook niet iedereen begrijpt en we eindigen dan met “tarúte” en dat betekent zoiets als “tot ziens” en dan antwoordt de ander met “yewo”, waarbij je de w tijdens het spreken vrijwel achterwege laat. Ik heb me voorgenomen om elke dag twee woorden te leren en na 9 weken weet ik er dan126. Dat wil ik echt en dat zal men hier zeer op prijs stellen. Een muggenbult. Ik ben zojuist geprikt en ik heb Ledum genoeg meegenomen en nu dus eerst maar een flesje voor mezelf gemaakt. Er heerst hier zeker malaria en ik zal heel voorzichtig zijn. Wat doe ik er zelf aan. Elke dag neem ik de malaria nosode in 30K en ik neem twee keer per dag Chininum arsenicosum D6 en daar moet het dan maar mee goed gaan. Ik ben daar in Nederland al mee begonnen en ik hou dat vol totdat ik hier wegga en dat moet maar voldoende zijn. Mocht ik malaria krijgen, dan hoop ik dat mijn lijf dat aankan en dan zien we het verder wel wat ik dan doe. Mijn conditie is op dit moment goed en ik voel me opperbest. Ik vind dat ik tegen een stootje moet kunnen. Ik ben niet bang, maar ik heb Joyce beloofd om niet nonchalant te worden. Ik hou er rekening mee met iets buiten de deur te drinken (alleen uit afgesloten flesjes) en nooit ijsblokjes. Hier in het centrum drink ik het water dat vanuit de diepte wordt opgepompt. Ik heb het systeem bekeken en dat is goed. Ik ga hier geen water uit flessen drinken, maar doe het met water dat hier beschikbaar is. Jacqueline doet het ook. Ook zij werkt wel aan malaria-preventie, maar op een andere manier dan ik: zij gebruikt poeder van de “neem-boom” en als ik het goed heb ik dat de Azadirachta indica. Misschien aardig als Jeanette dit stukje van mijn tekst eens aan Inge laat lezen. Inge schreef in het eerste jaar een werkstuk over dit medicijn. Een prachtige boom die werkelijk voor heel veel problemen de oplossing is. Het is in elk geval een plant die ook door de herbalist hier (zeg maar de bush-doctor) gebruikt wordt. Een mooi geval van “EvaDemaya” als ik het zo mag zeggen. Over Ledum gesproken: Op Schiphol hebben Joyce en ik de beide koffers (topzwaar en één zelfs te zwaar) laten sealen (plastic jasje eromheen). In de koffers zaten de belangrijkste medicijnen (108 homeopathische medicijnen in 200K (heel veel geld waard: ongeveer € 1.400,00) en zes verschillende tincturen in de hoeveelheid van een halve liter (Calend., Hyper., Arn., Urt.u., Euphr. en Ledum) en ik ben heel blij dat de douane en de security dit allemaal hebben laten passeren. Alles wat ik verstuurd en meegenomen heb is ook aangekomen en Jacqueline heeft haar ogen uitgekeken. We gaan het hier heel goed distribueren en dan met name aan de therapeuten en volunteers die het ook echt zullen gaan gebruiken. We gaan eerst kennis maken en kijken wie op welk niveau zit en of er geleerd wil worden. Wie wil leren krijgt meer (boeken en medicijnen) en wie niet wil leren, die krijgt niks, omdat de boeken en de medicijnen dan in een hoek komen te liggen en niemand er wat mee doet. Er zijn nu 15 repertoria en een mooie bieb met MM’s en theorie en we gaan er voor zorgen dat het toegankelijk is en gebruikt kan worden, maar dat her vooral geen eigendom is. Pas als je laat zien dat je er werkelijk wat mee wilt (met het repertorium, de MM’s en de theorieboeken, dan krijgt je de spullen in eigendom. Het is de bedoeling dat de 12 volunteers over een jaar “Homeopathic Health Worker” zijn en dan krijgen ze het repertorium in eigendom en ook voldoende medicijnen om een praktijk gaande te houden. Maar zoals gezegd: ze moeten dus wel wat laten zien. Jacqueline (the founder of EvaDemaya) was bang dat ik de boeken en medicijnen zo zou uitdelen, maar dat gaan we dus niet doen. We gaan rustig kennis maken met de groep en dan kijken we wie op welk niveau zit en gaan we aan de slag. Ik zal homeopathie uitleggen (inclusief het repertorium, waardoor de ingang tot de gehele MM mogelijk wordt) en wie dat enthousiast de boeken opent en aan de slag gaat met de studie van het repertorium, die hoort bij de groep van degenen die ook echt materiaal in eigendom krijgen. Voor Joyce: Zojuist kwam Vincent, housekeeper, nog even binnen en pakte uit de keuken een strijkijzer. Je weet wel, zo eentje die je “voedt” met een paar vuurkooltjes uit de kachel. Hij gaat voor de zondag nog zijn overhemden strijken. Kortom, ze worden dus nog echt gebruikt. Ik heb hem verteld van je verzameling. Hij vond het wel leuk. Ik kan heel goed leven met de beperkingen en zomaar 50 jaar terug in de tijd. Niemand heeft hier elektra en iedereen kookt op vuur. Een stapje terug en een eenvoudig huishouden kan ook nog. Op de kast staan hier 5 grote stormlampen. De worden in de avond gebruikt en ze zijn inclusief die specifieke geur. Voor mij wat nostalgie en voor hen hier dagelijks gebruikt. Ik doe zomaar mee en het kost me geen moeite. Over het gebruik van olielampen (stormlampen dus) gaat dan het volgende verhaal en dat is ook weer voor iedereen. Gisteravond (vrijdag 7 mei) was er, zoals op elke vrijdag, een bijeenkomst in de werkruimte van de herbalist (bush-doctor) met drums, zingen en dansen. De ruimte is 5 bij 12 meter en er waren ongeveer 30 mensen aanwezig, mannen en vrouwen. De drums (drie Afrikaanse tamtams) worden bespeeld door de mannen. Mannen zitten verder langs de kant op lage banken. Er zijn veel vrouwen, van wie de helft in een kring staat (met de tamtam-mannen) en dan wordt er ge-tamtamd, gezongen en gedanst. De mannen langs de kant doen mee met ritme-instrumenten en dat varieert van slaan met een grote spijker op een lepel, via twee houten stokken tegen elkaar slaan tot aan oude, gedeukte cola-blikjes die met steentjes zijn gevuld. De tamtammers waren al om 6 uur in de avond begonnen om de hele handel aan de gang te krijgen (een soort van kerkklokgebeier om te laten weten dat de party gaat beginnen). Het is een rituele dans voor iemand die een probleem heeft (welk probleem is mij natuurlijk niet duidelijk geworden) en die danser (gisteravond een vrouw) staat in het midden, ze wordt “verbonden met lappen om de benen, betekent met wit poeder in het gezicht en ze krijgt bij de diverse dansen steeds wisselende kledingstukken (“rokken”) om en dat zijn dan banden met slierten stof er aan of ook wel met belletjes eraan die natuurlijk geluid maken bij het dansen. Om 19.30 uur, het feest kwam een beetje op gang, nam Jacqueline mij mee en wij deden mee met de ritmische ondersteuning: ik had een cola-blikje en Jacqueline gebruikte haar handen. Heb je niks, dan klap je gewoon. De vrouw in het midden heeft de hele avond in een trance gedanst, kreeg zo nu en dan wat te drinken en werd geregeld geholpen om niet om te vallen. Geregeld worden de tamtams afwisselend opgewarmd boven een vuur dat buiten gemaakt is. De klank is dan beter en bovendien kan de tamtammer even uitrusten, want het is toch een vermoeiende bezigheid. Als er een dans klaar is, is het misschien 10 tellen even stil en vervolgens begint er weer iemand een zin te zingen, de anderen vallen meerstemmig in en je hoort dat mooie, typische Afrikaanse zingen, begeleid dus, door de ritmesectie. Ik heb het bijna drie uur meegemaakt (Jacqueline was al weer weg nadat ze mij geïntroduceerd had: ik was natuurlijk zeer welkom en ik heb wat gezegd dat vervolgens in het Tumbuka vertaald werd. Mijn Tambuka is nog niet best en de meesten van de zang- en dansgroep verstaan geen Engels. De sfeer was uitstekend en inderdaad, na verloop van tijd komt de trance vanzelf. Een heerlijk gevoel en ik zat lekker op mijn gemak. Er zijn dus vrouwen die meedoen, maar er zijn er ook die gewoon op de grond gaan liggen. Eén van hen was een jonge moeder met een baby van ongeveer 6 weken (zeker niet ouder) en die hebben de hele avond vlak bij de drummers op de grond gelegen. Niet zo verwonderlijk dat het ritme die Afrikanen in het bloed zit. Ze horen het prénataal, ze horen het postnataal en als vanzelf gaan ze het ook doen. Vanmorgen zag ik een jongetje van een jaar of vijf die dansend een kraan stond open te draaien. Ik begrijp nu wel hoe dat komt. Rond 23.00 uur was het voor mij genoeg geweest en ben ik naar bed gegaan. Drum en dans en zang gaan door en ik ben er zomaar op in slaap gevallen. Het geheel speelde zich ongeveer 100 meter bij mijn onderkomen vandaan af. Net als in Kenia, heerlijk om naar te luisteren. Wanneer ze aan mij gewend zijn ga ik vragen of ik foto’s mag maken en of ik een stukje mag filmen. Dan ga je wat zien hoor. Nooit eerder zo puur en eenvoudig meegemaakt. Nou ja, misschien toen de moeder van Hassan (zie de dagboeken van 2008 in Kenia) met haar vrouwen voor Joyce en mij dansten, maar dit was veel langer en zeer, zeer intensief. Hier in een uithoek van Malawi, echt midden in de bush, komt er dus al jaren lang elke vrijdag een groep van 30 mensen bijeen om met elkaar te zingen en te dansen met als doel om er beter van te worden. Overigens, door de hele dans zit steeds maar een herhaald begroetingsritueel. Veel van de aanwezige vrouwen deden het ook voor mij toen ik ging zitten en dat is wel heel apart hoor. Wie mij weer ontmoet mag mij vragen door mij begroet te worden en wat ik dan ga doen, is dat ik niet jou ga begroeten, maar dat ik jouw geest ga begroeten. Ik begroet dan wie jij werkelijk bent. Dat ziet er echt heel anders uit dan dat ik je een hand geef en vraag: “Hoe gaat het met je?” Je zult je ogen uitkijken. Ik heb niet de geringste indruk gehad dat mijn aanwezigheid hen ook maar in de geringste mate stoorde. Ik denk daarom dat het mogelijk zal zijn om foto’s te maken en te filmen. Terug naar de stomlamp, want daar begon dit allemaal mee: de gehele ruimte (die 5 bij 12 meter) werd verlicht door één olielamp in een hoek van de ruimte. De vlam een beetje hoog en die geur, die geur…..ik herinnerde me direct weer een vakantie in Ouddorp rond 1955 toen mijn ouders daar een huisje gehuurd hadden in de duinen. Ook dat huisje werd verlicht met petroleumlampen. Zelfde geur. Andere sfeer, dat wel. De thee is inmiddels op, het is nu 16.20 uur en ik ben begonnen te typen om 14.00 uur. Nu rest nog het bakje met gebrande pinda’s. Ze komen vers van hier en ik heb gemerkt dat het echt “aardnoten” zijn: er zit nog zand aan. Dat overkomt je met de Duyvis (voor als er een fuif is) pinda’s echt niet. Hier is het puur natuur. Dat dan weer wel. Wat jammer dat ik deze tekst niet direct kan versturen. Ik type het nu, maar het kan wel één of twee weken duren voordat deze tekst Joyce bereikt en dan moet zij het nog verdelen en versturen. Toch weet ik dat veel van jullie “bij mij zijn” en velen van jullie hebben voor support gezorgd en dat voel ik, dat weet ik. In vergelijking met Kenia kan ik nu al zeggen, dat dit veel meer body en kwaliteit heeft dan het centrum daar. Hier wordt gewerkt, en in Kenia ging het heel vaak om ego’s. In het begin had ik dat nog niet zo door, omdat Afrika sowieso overweldigend is. Eigenlijk wil ik schrijven “overwhelming”, want dat woord is beter. Het is een veelheid aan gevoelens, aan toestanden, aan geuren, aan mensen, aan lachen, aan troep (ja, dat ook), aan misère (daarover zo dadelijk meer) aan hartelijkheid en aan……ja, hoe moet ik dat nou uitleggen, aan “prettig dat ik hier weer ben”, een gevoel van welkom en fijn dat je met ons meedoet. Ik ga wat ik weet en wil heel goed doseren en dan hoop ik dat het rendement maximaal is. Ik kan het vak uitleggen, ik kan medicijnen bedenken en ik kan ideeën geven. Mijn tempo zal – zeker in het begin – lager zijn dan in Kenia. De mensen hier moeten mij leren kennen en ze moeten zich veilig voelen om vragen te gaan stellen. Dat was in Kenia vaak het grote probleem: stel vooral geen vragen, want als je een vraag stelt, dan geef je er blijk van dat je iets niet weet, en als je iets niet weet, dan ben je dom en je wilt vooral niet dom zijn en dus stel je geen vragen. Vandaag de eerste patiënten gezien. Na het ontbijt heb ik Jacqueline eerst laten zien wat ik aan boeken en medicijnen had meegenomen. Ook een eerste bespreking hoe we dit gaan gebruiken. Ze is dit weekend naar Mzuzu, waar haar man ook is, en ze is op dinsdag terug. Daarom even besproken hoe ik de tijd tot aan dinsdag ga doorbrengen: vandaag in de ochtend met Ruth mee naar twee patiënten, de middag en avond zijn voor mezelf, morgenochtend naar de kerk met Alexander, mijn gids die me gisteren het centrum liet zien (nam zeker drie uur tijd in beslag) en na de kerk ga ik bij hem thuis op bezoek om zijn vrouw Mency en zijn zoontje Bonface te leren kennen. Ik heb – voorafgaande aan onze tocht door het centrum – aan hem het fotoboekje laten zien wat Joyce gemaakt heeft over mijn thuissituatie, mijn familie etc. etc. (Hema-boekje met 40 foto’s) en dat werkte heel erg goed. Ik ga het vaak gebruiken, omdat veel mensen ook willen weten hoe het er bij mij thuis uitziet. Kortom, morgen bij Alexander op bezoek en ik kom echt weer “onder de mensen”. Zondagmiddag heb ik dan weer voor mezelf en dan kan ik weer typen. Maandag hele dag met Ruth in de kliniek en dinsdag is de eerste bijeenkomst met de 12 volunteers. Dan ga ik vertellen wie ik ben, wat ik kan, wat ik kan doen voor hen en ik ga een introductieles homeopathie verzorgen. Daarna zien we verder. Ik heb Jacqueline gezegd dat zij me alles mag vragen en dat ik ga doen wat hen hier het beste past. Dan komen zij en ik het beste tot ons recht. Inmiddels heb ik “even” met één van de gards (bewakers) gesproken en het fotoboekje doorgekeken. Hij vond het geweldig en leerde mij mijn derde Tumbuka woord, te weten “tawonga chomene” en dat betekent: heel hartelijk bedankt. Je kunt “tawonga” zeggen als je gewoon bedankt, maar met “chomene” erachter wordt het echt (gemeend) “very much”. Dat kan ik dus ook tegen Vincent zeggen als hij weer heerlijk gekookt heeft. Inmiddels kan ik ook “goedemorgen” zeggen en dat klinkt dan als “Monire, Jeanette” of “Monire, Hans”. Goedemiddag heb ik ook geleerd, maar dat klinkt weer heel anders, nl. Mwatandala uli? (met vraagteken!!) en dat betekent dan dat je vraagt hoe de middag aan het verlopen is. Daar komt dan een hele zin als antwoord op, maar die heb ik nog niet gevraagd. Dat wordt me nu te ingewikkeld. Overigens is het zo dat het nu 17.01 u. is en het wordt nu al schemerig. In Nederland is het nu een uur vroeger en voor jullie gevoel halverwege de middag. Hier is de dag voorbij. Over een half uurtje gaat Vincent voor mij koken. Ik zei het al, omdat ik de enige nu ben, gaat het restaurant voor mij alleen open. Wat een luxe. Ik heb hem gevraagd of hij mij de “left overs” vanmiddag wil voorzetten. Dat in het kader van de zuinigheid. Bovendien was het heel lekker en ik wil dat nog wel een keer eten. Vandaag ging Ruth naar twee patiënten die verlamd zijn en niet naar het centrum kunnen komen om te kijken hoe het met hen gaat. Aan mij de vraag om mee te gaan en te kijken wat ik ervan vind. Ik ga proberen te beschrijven. Eerst maar dit. De meeste Afrikanen spreken in een situatie van een consult zeer zacht. Verder – als ze al Engels spreken – klinkt hun Malawi-Engels zeer vreemd in mijn oren. In Kenia speelde hetzelfde probleem en het duurde daar lang voordat ik hen verstond. Hier is het een graadje moeilijker dan in Kenia: misschien ben ik wat dover (in elk geval twee jaar ouder) en het Engels hier is weer een ander Engels dan het Engels in Kenia. Ik voel me (hoewel in de grote lijn heel goed hoor) in dat soort situaties als een pinguin in de Sahara. Ik weet dat de situaties bij een huisbezoek zeer, zeer moeilijk zijn: dat zie ik aan alles. Maar wat er dan precies moeilijk is en wat er opgelost moet worden, dan is me dan helemaal niet duidelijk. Wat een vuurdoop vandaag. Ik ben in twee huizen geweest, in allebei is het heel donker, het is vies, het stinkt en er is een groot probleem gaande: beide patiënten hebben aids en kunnen niet meer lopen (de ene is verlamd en de ander is spastisch verkrampt; de laatste is bovendien blind). Tevoren krijg ik dossiers te zien die ik nauwelijks kan lezen en eigenlijk heb ik geen idee wie er in de afgelopen jaren welk medicijn voor welke klacht heeft voorgeschreven. Het staat er misschien wel, maar ik kan het gekriebel niet lezen en ik zie ook het voorschrift vaak niet staan. Ik ga proberen de casussen te beschrijven en later knip en plak ik ze wel uit dit document in een casusdocument en daar koppel ik dan de foto’s wel aan met de vervolgconsulten. Ik ben hier 9 weken en een aantal patiënten kan ik zeker volgen in hun reactie op de medicijnen. Patiënt 1. Johnston, 52 jaar. Dik dossier, aids-patiënt, verlamd, zit op grond of op bed, kan zich opdrukken met de handen en kan “hangend” aan de sterke “waslijn” zich verplaatsen door het huisje. Hij krijgt PC-1 (aids-remedie van Peter Chappell) en heeft diverse andere medicijnen gehad. Hij spreekt Engels dat ik nauwelijks versta en ook Ruth, de homeopate uit het centrum, spreekt zacht en moet vrijwel zeker heel erg wennen aan mij. Het is mij niet helemaal duidelijk, maar ze wil graag dat ik een medicijn bedenk voor deze man met een heel groot probleem. De situatie is zo dat een gesprek (voor mij) vrijwel niet mogelijk is en ik laat Ruth met hem praten. Ondertussen heb ik tijd om te observeren. Wanneer ik bij het begin begin, dan weet ik dat ik drie tot vier uur moet praten om alles compleet te krijgen en dan nog kan ik terug naar het centrum om in Radar alles op een rij te zetten. We hebben al een half uur gelopen, dus dat gaat helemaal niks worden. Daarom besluit ik maar om het anders te doen en ik ga aan de slag met par. 153. Er is mij in het kwartier dat wij daar zitten opgevallen, dat deze man zijn voeten beweegt. Ook beweegt hij zijn onderbenen. Wat hij niet kan is: staan op zijn voeten omdat hem daar de kracht voor ontbreekt. Het is niet een complete paralysis, maar meer een weakness. Ik vraag hem tot drie keer toe wat hij het liefste wil. Dan komen we namelijk tot de kern van het probleem. Hij wil het liefste weer kunnen staan. Dat kan hij nu niet omdat zijn bovenbenen hem niet kunnen dragen. Daar zit de zwakte. Ik vraag hem het aan te wijzen en hij wijst tot twee keer toe op zijn dijbeen, ong. 15 cm. boven de knie. Nou, dat is vast wat. Dan moet mijn magic book maar open en ik komt tot: EXTREMITIES - WEAKNESS - Thighs - paralyticarg-met. Con. ferr. puls. Zo, dat is vast wat. Dan is er een mogelijkheid tot een volgende vraag. Mijn vraag is waar in zijn lijf de zwakte is begonnen. Dan zegt hij dat het is begonnen in zijn voeten: hij kon zijn voeten niet meer optillen. Oh, is dat de situatie. Dat brengt me bij: GENERALS - PARALYSIS - extending to - Upwardagar. Ars. bar-act. bar-c. Con. hydr-ac. Kali-c. karw-h. lyss. mang. ox-ac. phos. pic-ac. plb. sarcol-ac. sulfon. thal-xyz. vip. en vervolgens kan ik Conium kiezen. Een medicijn voor verlammingen die beneden beginnen en vervolgens opstijgen naar boven. Een klassieker!!!! Nu heb ik de combinatie van een general en een particular en volgens par. 153 kan ik komen tot de keuze van een medicijn. Deze man mag van mij conium gaan proberen en dan zullen we zien. In feite is het een mini-repertorisatie van de voor hem belangrijkste klacht en we komen tot een medicijn wat de klacht en de ontwikkeling van de klacht dekt. Ik probeer het Ruth zo goed mogelijk uit te leggen wat ik doe en ik weet nu niet wat ze ervan vindt. Maakt me ook niet zo uit. We maken maar een begin. Voor mij moet deze man dagelijks conium 30K krijgen, zodat het “gevecht” tussen de natuurlijke ziekte, die (woedend) tekeer gaat, en de kunstmatige ziekte die ik wil aanbrengen met conium kan gaan plaatsvinden en dan zullen we in de komende dagen en weken gaan zien hoe dit verloopt. Werkelijk waar, voor mij is er geen andere mogelijkheid dan te kijken naar de massa van ellende en iets “peculiars” er uit te pikken en daarmee aan de gang te gaan. Misschien hebben homeopaten vóór mij het anders gedaan, maar nu ben ik hier en mag ik het bedenken. Of dit werkt??? We zullen over een paar weken wel zien. Patiënt nummer 2. Felix. Leeftijd weet ik nu niet meer, maar zal ik nog nagaan. Probleem is zeer, zeer groot: vergevorderde aidspatiënt, blind als gevolg van ARV’s (medicijnen) en ligt geheel spastisch verlamd op bed. Ik heb een foto gemaakt (nadat ik het duidelijk heb gevraagd en je kunt dan zien hoe het eruit ziet. Dit is erbarmelijk hoor. Communicatie is vrijwel niet mogelijk. Hij heeft een accu in zijn bed staan met een radio eraan gekoppeld en hij luistert naar muziek. Als wij binnenkomen zet hij het uit. Hij spreekt Engels, maar ik versta er nauwelijks iets van. Hij heeft geen vrouw (meer) en wordt verzorgd door zijn moeder. Zij spreekt geen Engels. Er zitten 5 kleine kinderen in de kamer mee te kijken. Hij heeft problemen aan zijn voeten en ik vraag of ik zijn voeten kan zien. Ik raak zijn onderbenen aan en onmiddellijk ontstaat er een spasme en trekt zijn benen weer op. Strekken van de benen is totaal onmogelijk en steeds gaan ze weer in een spasme terug. Involuntary spasmodically. Beste lezers, de situatie is werkelijk heel dramatisch en qua taal, toestanden en omstandigheden kan ik er niet veel van maken. Zeer gecompliceerd, maar ik ga uit de wolmand die hier wel een heel erg ingewikkelde warboel is geworden één enkel bolletje halen en dan kijk ik wel hoe dat eruit ziet. Dit is het bolletje wol wat ik ga ordenen: EXTREMITIES - DRAWN - upward - convulsivelyArg-n. Cupr. Hyos. nux-v. Plb. tab. Vlak daaronder staat deze: EXTREMITIES - DRAWN - upward - involuntarilycarb-v. Ign. Toen de vraag: “Tell me about your feelings” en er kwam helemaal niks. No feelings. Ik checkte Ignatia. Ignatia heeft natuurlijk feelings en dat zou ik zeker zien, zelfs als hij ze zou ontkennen. Dan hoor ik dat wel. In Morrison staat bij de mind van Cuprum: “Extremely closed patient” en dat past hier dan ook wel bij. Deze rubriek (cross-ref.) bestaat ook nog: EXTREMITIES - FLEXED - Thigh upon abdomenarg-n. Ars. carb-v. cham. Cina Cupr. hydr-ac. Hyos. lat-m. Merc-c. Mur-ac. ox-ac. Plb. verat. zinc. Toen maar deze: “What is your profession” en daar kwam het: “I am a policeman”. OK, dat is mooi. Daarna de volgende vraag: “Vraag me één ding wat ik voor je kan doen?” en daarop kwam het antwoord: “I like to work again”. We hebben dus van doen met iemand die verlamd is met spasmen, die geen gevoelens (meer) heeft, die een politieman is en die weer wil werken (als een politieman). Dat betekent dat hij in zijn hoofd nog steeds een politieman is. Hij is het in de kern van zijn bestaan en daarom nog deze rubriek: MIND - DELUSIONS - officer, he is anagar. bell. cann-i. Cupr. cupr-act. cupr-f. cupr-p. en vervolgens ga ik met enig vertrouwen voor Cuprum. Wat mij betreft krijgt hij het in een 30K en over de dosering zullen we later wel praten. Ik kan dat aan Ruth niet allemaal in één keer uitleggen. Ruth praat nog even met hen, de moeder van de patiënt zal het medicijn komen halen en over een paar weken zullen we zien wat Cuprum voor deze man kan doen. Later, weer terug in de kliniek, schrijf ik op wat ik gedaan heb en ik leg het Ruth zo goed mogelijk uit. Twee keer een aanpak volgens: kijk maar wat het meeste opvalt en ga daarmee aan de gang. De rest moet dan later maar. Twee maal heb ik het gevoel dat ik ernstig tekort schiet, maar ik spreek het Tumbuka niet en Ruth moet aan mij wennen. Is dit het nu waarvoor ik kom? Laat ik maar beginnen met te zeggen: “Ja, hiervoor kom ik.” Ik weet echt niet of dit nu kwaliteit is of niet. Het is in de situatie het beste wat ik kan. Ik probeer de eenvoud te zien in de massaliteit van symptomen en toestanden. Het voelt als “overleven” onder de gegeven omstandigheden. Misschien wel het lot van deze homeopaat. Inmiddels is Vincent begonnen met mijn avondmaaltijd. Ik ga de stroom waardoor deze computer gevoed wordt, weer afsluiten en dan is er voor de lampen vanavond nog een beetje 12 volt over. Ik kan wel doortypen totdat de accu leeg is, maar dan heeft niemand meer licht en dat is ook niet leuk. Ik zie dat ik inmiddels 10 pagina’s getypt heb en dan is het ook wel weer welletjes. Jullie moeten het overigens ook nog lezen. Het ga jullie goed.
Zondag 9 mei 2010. Het is nu 15.45 uur en ik heb een hele dag achter de rug. Om 6 uur opgestaan. Gedroomd dat ik naar de kerk zou gaan, hetgeen ook het geval is. Ik was me (water is nu koud) en ik maak eerst een ochtendwandeling. Daarna het ontbijt: fruit (banaan en sinaasappel) en rest van de salade van gisteren. Kan best wat eenvoudig, want ik krijg toch al zo veel. Verder een kopje thee. Daarna weer een wandeling en ik kom uit bij een winkeltje langs de kant van de weg en daar blijkt Alinena te zitten. Zij is de receptioniste van de gehele kliniek, maar haar man blijkt dus een winkeltje te hebben. Zij doet het op zondag. Men loopt af en aan voor van alles en nog wat en dan gaat het bijv. ook over het kopen van één enkele sigaret die MK 10 kost en dat is dan € 0,05. Als je niet veel geld hebt, dan koop je zo gewoon per stuk. Verder verkoopt ze van alles en dat varieert van wasmiddel (Omo) via tomaten, naar een soort van warme oliebollen, maar dan zonder vulling. Later op de dag kocht ik er twee en die smaken prima. Met haar doe ik ook het fotoboekje dat Joyce gemaakt heeft en dat blijkt een zeer groot succes. Inderdaad, men wil van alles weten van familieleden en zo. Ook de begraafplaatsen en grafstenen van mijn grootouders maken diepe indruk. Dat Joyce en ik allebei “tweedehands” zijn vinden ze zeer opvallend en ook daar willen ze dan alles over weten. Ze vinden het toch ook vreemd dat wij samen geen kinderen hebben. Ze vinden Joyce wel een beauty hoor, en ik geef hen geen ongelijk. Dan dus terug naar mijn verblijfje (echt heel basic, maar goed en compleet) om te wachten op Alexander. Hij is mijn gids van vrijdag j.l. en hij heeft mij uitgenodigd voor een bezoek aan de kerk (katholiek) en daarna aan zijn huis. Hij laat lang op zich wachten, maar, Afrikaans….., de kerk begint toch te laat. Het is gewoon een dag voor de kerk, maar hoe laat het allemaal begint, dat is van geringer zorg. Later blijkt dat Alexander de cantor van het koor is en nog bezig was met instuderen. Wij zijn, hoewel te laat voor het tijdstip, ruim op tijd voor het begin. De kinderkerk is nog gaande en het koor (met de drummers) oefent nog. Ik word buiten voorgesteld aan alles en iedereen en het fotoboekje geeft illustratie over afkomst en verblijf in het thuisland. Dan begint de kerk. Het is een stenen gebouw met een zinken dak met vele gaten. We zijn zeker verheugd dat het niet regent, anders kun je net zo goed buiten gaan zitten. Er zijn geen glas-in-lood ramen, maar dat is hier vervangen door licht-in-beton en dat is ook zeer indrukwekkend, zeker als het beton de vorm van een kruis heeft en het licht door het kruis naar binnen schijnt. Het lijkt veel op de kerk in La Couvertoirade in Frankrijk, met de gouden spiraal. Het lijkt me goed de foto’s maar eens naast elkaar te zetten. Een mooie gelijkenis. Er is zelfs gedacht aan een roosvenster in beton. Een groot houten kruis en een kleine crucifix maken het compleet. Hoewel, halverwege de dienst valt me iets op aan de muren. Er staat een nummering op de muur en wel van 1 t/m 14. Het duurt even totdat het tot me doordringt dat deze nummers zijn voor de staties. Tijdens de preek, ik versta er toch geen woord van, bedenk ik dat er geen geld is om staties te kopen en daar kom ik later wel op terug. Mannen zitten links op bankjes, vrouwen rechts (achterin) en voor de vrouwen zitten de weeskinderen op rieten matten. Men loopt ook heen en weer als een kind soms erg lawaaierig wordt en als het weer rustig is komen moeder en kind weer binnen. Zowel bij vertrek als bij terugkomst wordt de crucifix gegroet. Er is een bijzondere sfeer. Praten wordt afgewisseld met heel veel zang en met drums en het is Afrikaanse zang die je zo meezingt. Omdat ik de volgorde van een mis ken, weet ik precies hoe het verloopt. Er is echter geen consecratie en er worden geen hosties uitgedeeld. Beetje jammer. Dat mag kennelijk niet, omdat deze dienst geleid wordt door mensen van de eigen parochie. Aan het eind volgt nog een lange rij aan mededelingen en ik wordt ook voorgesteld. Alexander doet het en vertaalt wat ik daarna zeg in het Tumbuka, zodat iedereen het begrijpt. Inmiddels weet ik een paar woorden Tumbuka en die gebruik ik ook en dat wordt op prijs gesteld. Men klapt naar hartelust en ik waag het erop iets over de kerk te zeggen inclusief het ontbreken van de staties. Ik beloof dat ik ze zal opsturen in plaatvorm en dan is de kerk echt compleet. Het staat echt wat armoedig om alleen maar nummers op de muren te hebben staan. Ondertussen denk ik wel aan al die jammerlijke afbeeldingen op de staties en aan al die kindertjes die daar dan naar moeten kijken. Tijdens het nagesprek blijkt dat het vooruitzicht van staties zeer op prijs gesteld wordt. Ze kunnen die wel kopen in Mzuzu, maar het diocees wil deze parochie er dan zoveel voor laten betalen dat ze daar voorlopig niet aan willen beginnen. Ze zijn al jaren zwaar in onderhandeling, maar gebruiken het geld voorlopig voor de verzorging van de weeskinderen. Er zijn vier offerschalen en de meeste mensen doen daar Kwacha’s in muntvorm in en dat betekent dat er stuivers en centen in de bakjes gaan. Daar moet de kerk van onderhouden worden, kerkboeken voor gekocht worden en daar worden de weeskinderen van verzorgd. Dat schiet niet op. Deze Mzungu helpt vandaag een handje en ook dan merk ik daar nog niets van. Oh ja, het koor zong uitbundig en klapte en danste. Zeker bij het inzamelen van de offerandes komt iedereen dansend, zwaaiend en zingend naar voren. Overigens is het zo dat de meeste mensen maar in één van de vier bakjes wat blikgeld doen, dus qua bedrag schiet het helemaal niet op. In het algemeen zie ik dat de economie draait, maar op een heel laag pitje en dan doet iedereen (inclusief de kerk en de wezenzorg) het met heel weinig. Kunst is om ook met weinig toe te komen. Na de kerkdienst maak ik een aantal foto’s zodat ook het thuisfront kan zien hoe het eruit zag. Na de dienst neemt Alexander (26 jaar) mij mee naar zijn huis en het huis van zijn familie. Ik maag kennis met iedereen, inclusief zijn vrouw Mency, zoontje Bonface en zijn moeder (54 jaar en ze wil weten hoe oud mijn vrouw is) en zijn grootmoeder. Bijna niemand spreekt Engels en Alexander vertaalt. Mency komt tijdens het foto’s kijken dicht tegen mij aan zitten, Bonface is een beetje lastig omdat hij moe en hongerig is, Mency haar borst tevoorschijn en op een vierkante halve meter praten we over mijn hele familie etc. etc., terwijl Bonface zich tegoed doet. Daar heb ik dan weer geen foto van. Bijzonder was wel dat ze hem niet “aanlegt”, maar hem een tepel en een stuk borst in de mond propt en dan ……drinken maar. Zo gaat het. Al met al een zeer gemoedelijk en enthousiast toneeltje. Iedereen kijkt naar de foto’s en iedereen wil van alles weten. Ondertussen krijg ik aanmaaklimonade te drinken en dat is heerlijk, want sinds een uur of 9 heb ik niets meer gedronken. Dan is het tijd voor de maaltijd en ik krijg vervolgens sima te eten: maispap met groente en bonen en een heerlijke eieromelet. Het is weer veel, ik geef de helft van mijn maispap aan Alexander die zelf al een tweede brok op had. Ontzettend wat een hoeveelheden werken ze in hoog tempo naar binnen. Ik kan niet anders zeggen dan: heerlijk gegeten. Uiteraard met de handen, d.w.z. ik eet met mijn linker hand en na Kenia weet ik precies hoe dit gaat. Toch is het zo dat Alexander veel netter kan eten dan ik. Mijn linkerhand wordt echt zooiig van het eten, maar hij heeft tevoren mijn hand gewassen (net als Hassan dat twee jaar geleden deed) en na het eten krijg ik weer een wasbeurt. Dan is het ongeveer twee uur en is het tijd om afscheid te nemen. De familie doet er alles aan om wat geld te verdienen: Alexander werkt in het centrum EvaDemaya, men verbouwt mais en tabak en men houdt een varken dat leeft van alle “afval” en left-overs. Men slacht niet zelf, maar verkoopt. Ik zie dat het eenvoudig is, maar dit is geen diepe armoede. Er hangen foto’s aan de muur van eerdere gasten en er hangt ook een grote poster van aids-voorlichting in het kader van “keeping the promise”. Daarover praten we ook heel duidelijk. Geen probleem en zeer open. Prettig om de te doen. Deze familie weet inmiddels waardoor aids in de wereld is gekomen en ook hoe dat weer uit te bannen. Je moet er wat voor laten als Afrikaanse man (en misschien ook vrouw), maar het kán. Er is hier veel meer openheid over dan in Kenia, dat merk ik wel. Ik neem afscheid van de familie en bedank vooral de vrouwen voor het klaarmaken van een heerlijke lunch. Ik vraag of ik foto’s mag maken van Alexanders moeder en vrouw en dat mag. Tegelijk maak ik foto’s van het interieur. Buiten is oma al weer bezig om tabaksbladeren aan elkaar te knopen. Iedereen heeft hier een veldje met tabak en mais en werken voor de inkomsten gaat zeven dagen per week door. Ik vertrek en Alexander brengt me een eindje op weg. Hij wil, net als Hassan, mijn tas dragen, maar dat vind ik echt niet goed. Wij wijst me de weg tussen de huisjes door naar de “connection” en dan vind ik mijn weg wel weer. Ik moet dan ongeveer twee kilometer lopen naar EvaDemaya. Ondertussen wordt ik behoorlijk lastig gevallen door een paar jongelui die op geld uit zijn. Ze willen mij gidsen naar EvaDemaya en ik wil zelf lopen. Ze worden vervelend en ik maak duidelijk dat ik dit niet wil. Ze hebben mij nooit eerder gezien en ze denken dat ik de weg niet weet. Ik zeg dat ik heel veel van Malawi weet en zij testen mij uit met vragen over “suger cane”. Dan maak ik een plotselinge zwaai in het gesprek en ik vraag of zij wel weten wat er van suger-cane gemaakt wordt. Geen idee. Dan leg ik uit dat er suiker van gemaakt wordt en dat die geëxporteerd wordt (via FairTrade van Max Havelaar) o.a. naar Nederland. Ik doe mijn magic rugzak open (zij willen er in kijken en dat vind ik echt niet goed) en tover er een suikerverpakking uit met een plaatje van Malawi’s sugar cane. Ze zijn completely flabbergasted dat dit bestaat en vervolgens leg ik hen uit hoe de tabaksecononie in elkaar steekt en dat er dus geld van Nederland (en het westen) naar Malawi gaat en dat dat Malawi verder helpt. Ze zijn werkelijk met stomheid geslagen. Dan vragen ze naar mijn familie en wat ik doe en dat vertel ik wie en wat ik ben. Dat is het moment waarop hij inbindt en weet dat hij nu een beetje meer respect moet tonen: “Oh, you are the doctor……”. “Yes, I am”, en daarna laten ze mij met rust. Het is een wandeling waarbij ik nog door meer mensen (dronken!!!) ben lastig gevallen en al met al is dit de minste wandeling omdat ik niet ontspannen kan praten, maar erg op mijn hoede moet zijn. In elk geval er voor zorgen dat niemand in mijn tas kan kijken. Na een half uur kom ik bij het winkeltje van Alinane aan, maak kennis met haar man, koop een flesje fris (Fanta is op en dus wordt het Cola) voor € 0,30. Ik koop er ook een oliebol voor € 0,10 bij en omdat ik dat niet contant kan betalen en ik niet terug wil van een briefje van MK 20,00 koop ik er twee. Zo gaat dat. Omdat ze bij EvaDemaya werkt wil ze ze wel gratis geven, maar dat wil ik weer niet. We praten gezellig en dat rond de wandeling van deze middag weer wat gezelliger af. Ook van haar maak ik een paar foto’s en ze ziet er prachtig uit. Aan haar vraag ik wat een Chitenje (een Khanga, of wikkelrok) kost. Er is namelijk dinsdag markt en ik wil er een kopen die ik in de nacht en de vroeg ochtend even om kan slaan om naar de wc te gaan. Je kunt hier halve Chitenjes kopen voor ongeveer MK 500 of 600 of je koopt een dubbele voor MK 1.200. Dat is dan € 6,00. Een halve kost dus de helft. Ik ga een mooie uitzoeken en ik hoop dat er iemand in de buurt is die Swahili spreekt om me te vertellen wat de tekst die erop zal staan zal betekenen, want ik wil niet met onzin aan mijn lijf rondlopen. Het is wel wat voor thuis, even beneden thee maken in een Chitenje (spreek je j niet als een j uit maar meer als een Engelse g) en dan de dame in bed van thee voorzien. Dat moet even wachten tot juli van dit jaar en dan pakken we die draad ook weer op. Daarna trof ik bij de ingang van EvaDemaya op een bankje onder het bord Goodluck met Francis (één van de organisatoren binnen EvaDemaya). Goodluck is de man van Towera die meedoet met de huishouding. Mooie combinatie van namen: Goodluck Towera!!!!! Ik heb hem afgelopen avond/nacht in het donker ontmoet. Dat is ook wat hoor. De maan is nu in deze fase niet zichtbaar en het is werkelijk aardedonker. Ik heb een lamp, maar je hoort buiten ook anderen lopen en zij herkennen elkaar allemaal aan houding en manier van lopen, maar ze kennen mij (nog) niet en ik hen helemaal niet. Dat maakt het vreemd in het donker. Ik ben niet bang, maar er is toch een onzekere bedoening. Kortom, afgelopen avond, omstreeks 9 uur heb ik kennelijk in het donker Goodluck ontmoet en we hadden een leuk praatje en ik beloofde hem toen de foto’s te laten zien. Daar herinnerde hij mij nu aan en dus begon het hele verhaal weer opnieuw. Francis en een andere jongen keken zeer geïnteresseerd mee en weer hadden we een leuk gesprek. Ik legde hen nu uit wat EvaDemaya betekent. Zij hadden altijd gedacht dat het een oude dame was die met veel geld dit project begonnen was. Nu weten ze dat het echt een samengaan van Afrika en Europa is. Prachtig om die doorbraak in begrip te zien. Hij was helemaal enthousiast.
Inmiddels is het 16.50 uur en de zon is achter de berg verdwenen. Dat betekent dat de accu niet meer wordt opgeladen en als ik vanavond nog wat stroom voor verlichting wil hebben (en Vincent met enig lamplicht voor mij kan koken) ik de computer moet sluiten. Ik kan dus alleen overdag aan de stroom en ondertussen mijn telefoon en wat batterijen opladen. Dat werkt overigens prima als je weet hoe je alles moet organiseren. Kortom, een mooie, stichtelijke, soms een beetje spannende, goed bestede zondag die al schrijvend voor mij nu eindigt. Ik ga nu douchen en dan even rusten totdat Vincent het eten klaar heeft. Vanavond wandel ik wat zekerder door het donker, omdat ik de weg in dit deel van het centrum nu wel weet. Morgen om half acht begin ik met Ruth in de kliniek en ik ga haar vragen of zij gewoon eerst zelf de consulten wil doen, zodat ik zie hoe het toegaat als zij werkt. Anders blijf ik het aanpakken zoals ik op zaterdag deed en dat voelt niet goed.
De Kragge 47
8483 JV Scherpenzeel (Fr.)
Tel. 0561 480 950
Telefonisch spreekuur:
maandag t/m vrijdag
van 8.30-9.30 uur.