Dagboek Kenia 9

27 april 2008

Dichter bij de eenvoud kan ik niet komen. Vandaag ben ik met onze sponsor-girl Mariam Juma Mwachili naar haar geboortegrond geweest. Reeds vanaf het begin van ons contact (een brief van haar in oktober 2007) schreef ze mij dat, wanneer ik ooit in Kenia zou komen, zij mij haar geboorteplaats zou laten zien en mij kennis zou laten maken met haar familie. Ze wist toen nog niet dat ik homeopaat ben en dat ik daadwerkelijk naar Kenia zou gaan. Vandaag was ik daar. Ik weet dat ik in de vorige afleveringen van dit dagboek vaak heel dicht bij de essentie van de dingen ben geweest. Vandaag ben ik getuige geweest, nee, ik beter zeggen, voor een dag deelgenoot geweest van het leven in een “grootfamilie” in Kenia. Het is lastig om alle familie-relaties in één keer duidelijk te krijgen en misschien is dat ook wel niet zo belangrijk. Voor Mariam was het belangrijk dat, zeker nu ik in Kenia ben, ik haar familie zou ontmoeten. Ik ben me er steeds van bewust een mens met wit vel te zijn (een “mzungu”) en velen met dezelfde kleur als ik zijn hier nou niet met de beste bedoelingen gekomen. Men leze de geschiedenis. (Overigens, over Aardrijkskunde: zie verder op in dit verhaal. Je gaat je ogen niet geloven!!!) Nogmaals, uit de wijde omgeving is Mariam de enige die op (de lagere) school heeft gezeten en ook de enige die voorgezet onderwijs heeft gevolgd. Waarom zij? Waarom is zij de “apart gezette”, waarom voor haar de “uitzondering” gemaakt? Niemand weet het. En nu volgt zij een beroepsopleiding. In de wijde omgeving is zij de enige. De verantwoordelijkheid nu weegt zwaar op haar schouders, omdat zij ook de enige is die voor deze familie de verbinding naar “rijkdom” (wat dat dan ook moge inhouden) kan brengen (lees: móet brengen) om het in alle opzichten iets beter te krijgen. Welvaart en welzijn zijn begrippen die vandaag wel door mijn hoofd zijn gegaan. “Welvaart” en “welzijn” zijn wellicht ook synoniemen van “hebben” en “zijn”. Het “hebben” is hier heel beperkt en “zijn” betekent “bestaan”. Door mijn hoofd gaat een gedicht van Lucebert: “Ik tracht op poëtische wijze……” en dan gaat het in dat gedicht over de essentie van het leven, van het bestaan. Ik zou zeggen: kom naar naast me zitten en laten we samen kijken naar het “zijn”, naar het “bestaan” van de mensen hier. Wat de camcorder in gegaan is, staat inmiddels al op een zilveren schijf. Je kunt (komen) kijken.

Werk voor de familie is er niet, ze leven, zo moet ik toch maar zeggen, als een stam in een afgelegen streek in Kenia. Hoe ver is het? Het is 8 uur lopen naar Mombasa. Een schoonzus van Mariam doet dat soms. Het is, schat ik, 3 uur lopen naar Kwale, waar het centrum is waar ik nu ben. De kortste weg naar Kwale naar toe is bergopwaarts (de familie woont in een dal) en voordat je boven bent, gutst het zweet van je af. Op de terugweg hebben we die tocht toch maar gemaakt. Toen we bijna boven waren heb ik Joyce gebeld (Safari Telecom heeft ook in “remote area’s verbindingsmasten staan!!) om haar te vertellen wat ik daar zag: een prachtig panorama. Je kunt in de verte kijkend naar het noordoosten Mombasa zien liggen en kijkend naar het oosten ligt daar de Indische Oceaan. Ik schat dat ik meer dan 20 km. ver kon kijken. Het was vreemd om op zo’n verafgelegen plaats het mobieltje te pakken, dat bekende nummer in te toetsen en even later een heldere stem aan de andere kant van de lijn te horen. Voor het eerst hoorden Mariam en Joyce elkaar. Het zal niet voor het laatst zijn omdat we toch geregeld hebben dat Joyce de laatste drie weken van mijn verblijf ook hier zal zijn. Ik vind het prachtig om haar al die mooie dingen te laten zien die nu al zoveel indruk op mij gemaakt hebben. Anders blijven het verhalen en foto’s en dicht naast de mensen zitten is toch weer een ander verhaal. Daarna liepen we nog een kwartiertje door, kwamen weer op een zandweg en belden de taxi die een half uur later ons weer terugbracht naar de “bewoonde” wereld. Uiteindelijk is het niet zo ver als er een doorgaande weg is, maar voor de mensen die er wonen zijn auto’s iets uit een andere wereld. De grootvader van Mariam is nooit van zijn “woonplek” af geweest en hij zal dat ook nooit doen. Hij is er geboren, zijn familieleden liggen er begraven en ook hij zal op het “familie-kerkhof” begraven worden. Maar, ik ga bij het begin beginnen.

Mariam vond het vooraf heel spannend om mij haar geboortegrond te laten zien. Ook ik moest me voorbereiden op een dag bij een familie die met mij geen woord kan wisselen, behalve dan het gebruikelijke Jambo, Sijambo, Asante, Habari Ja Asubuhi, Habari Jako, Habari Jioni, Asante en Kwaherini. Dan ben je toch gauw uitgepraat. Mariam had geregeld dat haar studie-maatje Daisy mee zou gaan en dat was een heel goed idee. Zo kon Mariam zich vrij bewegen tussen haar familieleden en Daisy, die alle gebruiken van de Kenianen heel goed kent (ze is weliswaar van een andere stam, maar ze spreekt het Swahili uiteraard vloeiend) zou behulpzaam zijn met vertalen. Dat is heel goed verlopen. Tevoren had ik met mijn collega Joakim Oria Ajanja gepraat over onderwerpen van gesprek die ik zou kunnen aanroeren en ook dat waren zeer bruikbare tips. Een taxi bracht ons in een half uur (€ 8,00) van het centrum in Kwale naar de nederzetting. Het eerste kwartier rijden we nog over asfalt en daarna over een zandweg. Honderd meter van de weg staan een vijftal huizen en bouwwerken en daar is het. De huizen zijn gemaakt van een staketsel van stammen en takken en het raamwerk dat dan is ontstaan, is opgevuld met klei. Er is geen metselwerk, het dak is van gevlochten palmbladeren. Huizen als deze staan ook hier in Kwale en ze gaan een jaar of tien mee en vervolgens beginnen ze in elkaar te zakken en wordt het tijd om een nieuw onderkomen te bouwen. Er wordt niet gerepareerd. Ben je een heel goeie bouwer, dan kan een huis een paar jaar langer meegaan. De taxi zet ons af. Met Mariam had ik afgesproken wat ik mee zou nemen voor de familie als geschenk en dat is een pakket met dagelijks voedsel geworden. Daar draait het uiteindelijk ook om en dat is ook het duurste wat de familie toch nodig heeft. De mango’s, bananen (als de olifanten die niet opeten!!!!! Echt waar!!!) en de kokosnoten groeien in de tuin, maar rijst, suiker, zout, tarwe- en maïsmeel, olie, kool en thee, sinaasappels, tomaten en knoflook……nee, dat is er niet. Daarom hadden we daar een flink pakket van meegenomen. Kosten van dit enorme pakket waren ongeveer € 15,00. Wanneer je deze hoeveelheid bij je buurtsuper moet kopen ben je vier keer zoveel kwijt. Inmiddels wist ik van de “baby-showering-party” op mijn tweede dag nog, dat alhier dat cadeaus nooit uitgepakt worden waar de gast bij is, dus ik was nog niet uitgestapt of alle goederen bevonden zich reeds binnen. Ik ben er heel hartelijk en uitvoerig voor bedankt, maar uitpakken en dan blij reageren op wat het uit het uitpakpapier tevoorschijn komt…….nee, dat is er niet bij. Na de eerste begroeting (Jambo, Sijambo, en uitwisselen van namen) vertel ik dat ik heel blij ben dat de familie mij ontvangt en ik vertel over mijn familie (wordt zeer op prijs gesteld) en laat foto’s van Joyce zien. Dat vinden ze prachtig en “ze ziet er zo jong uit”. Dan praat ik met de grootouders van Mariam en vertel over mijn grootouders en waar zij woonden en wat ze deden. Mijn grootvader was boer te Aarlanderveen en ik heb aan hem de beste herinneringen. Al weer midden in de roos en de grootvader van Mariam vertelt direct dat ik altijd welkom ben en dat ook Joyce dan mee mag komen. In mijn hoofd bedenk ik me dat dat wellicht een heel goed idee zal zijn. Lastig blijft het overigens om niet nieuwsgierig te zijn (homeopaten willen altijd alles weten) maar het contact aan te gaan vanuit warme belangstelling. Wanneer wij in Nederland bezoek hebben, dan gaan we er voor zitten, schenken thee, koekje erbij en je praat in een kring of aan tafel over van alles. Dat gaat nu geheel anders. Mariams grootouders laten zich tijdens ons gehele bezoek niet afleiden van hun dagelijkse bezigheden: vlechten van banden voor een mandje en het kammen van het haar. Het zijn de dagelijkse dingen die gewoon doorgaan. In ons landje zou de gastvrouw er niet over peinzen om tijdens bezoek van vreemden uitgebreid haar toilet te maken. Hier gaat het gewoon door. Na uitwisseling van de belangrijkste gegevens krijgen de drie gasten thee (met – veel – suiker) en ………in plaats van koekjes voor ieder twee flinke bananen. Het is wat vreemd, maar ik heb nooit lekkerder bananen gegeten dan deze. Kijk, hier rijpen ze aan de bomen voordat ze geplukt worden (als de olifanten ze tenminste niet te pakken krijgen). Overigens is het niet zo dat we met elkaar thee drinken. Alleen de gasten drinken thee. De familie heeft bij het ontbijt al thee gedronken en later bij de maaltijd zal het ook gescheiden toegaan. De late lunch wordt genuttigd op drie plaatsen: de mannen bij elkaar vóór het huis, de vrouwen bij elkaar in de keuken en de gasten op de mat. De maaltijd bestaat uit ugali (zeer stevige maïspap) met een gekookte kool in fijne snippers gesneden en daarna met olie gebakken. Hetzelfde gerecht eet ik hier ook twee keer per week, alleen is de groentemix hier veel gevarieerder en nu krijg ik alleen warme kool met olie. Toch niet vies hoor. En………ik kan het lang niet op, zoveel is er klaargemaakt. Inmiddels ben ik gewend met mijn handen te eten (dat is zo maar voor elkaar), maar ik verontschuldig mij wel voor eten met mijn linkerhand. We zijn bij een moslimfamilie op bezoek, maar ze vinden het prima. Vooraf had Mariam gemeld dat ze wellicht als zwaar gesluierde moslima op reis zou gaan, maar toen het puntje bij paaltje kwam zag ze er zeer modern uit, d’r haar strak achterover en verlengd met een flinke dot extensions. Prachtig. Ik had me voor de gelegenheid keurig en niet te opzichtig aangekleed en de meiden die ons vanuit het centrum uitzwaaiden vonden het allemaal prachtig. Na de begroeting en de thee, hebben we een rondgang over het hele terrein gemaakt, langs de shamba’s (de tuinen voor fruit en groente, al vond ik niet dat er veel geplant was), het kerkhof (midden op het terrein is de begraafplaats van de familie en waar een familielid begraven ligt, ligt een zwerfkei), het onderkomen van de koe (die eigendom is van een aantal vrouwen uit de buurt in het kader van “womens liberation”), het huis van een schoonzus van Mariam en het huisje waar ze zelf geboren is, waar haar kamer nog steeds is en waar ze verblijft als ze tijdens vakanties niet hier in het centrum is. Ik heb niet gevraagd of ik in het huis van haar grootouders mocht kijken, omdat ik dat wel heel vrijpostig vond (Daisy maakte wel filmopnames), maar het huisje van Mariam (een gangetje met aan twee kanten een kamer) heb ik wel van binnen gezien. Je mag je het ergste van het ergste voorstellen. Ik bedoel, het is geen bende, maar er staat gewoon niet veel. Je kunt altijd wel vragen wat er niet stond, maar ik kan opnoemen wat er wel was. Twee eenpersoons bedden (waarvan één in feite een kinderbedje was, de andere nog steeds met het matras dat ze haar hele leven al kent), een kist en een tafel met daarop een stapel papieren en drie boeken. Geen stoel. Dat was alles. Eén van de drie boeken blijkt een “aardrijkskundeboek” te zijn en ik blader er even in. Dan………geloof het of niet, maar op blz. 78 staat uitvoerig beschreven wat de verschillen zijn tussen de landbouw in Kenia en The Netherlands. Aldaar is te lezen dat ons land veel kassen heeft waar groente en fruit geteeld wordt, dat onze landbouw verregaand gemechaniseerd is en dat de beschikbare gronden intensief gebruikt worden. Zou er ergens in Nederland een boek bestaan waarin beschreven wordt (voor kinderen van het voortgezet onderwijs!!!) hoe de landbouw in Kenia georganiseerd is, compleet met tabellen en al? Kan me niet voorstellen. Overigens werd de lezer wel aangespoord om voorafgaand aan het bestuderen van de details eerst in een atlas op te zoeken waar Nederland ligt en even onze buurlanden op te noemen. Mariam heeft dit boek ook zelf bestudeerd toen ze op de secondary school zat. Niks elk jaar nieuwe boeken aanschaffen. Zo snel verandert de landbouw in Nederland nou ook weer niet. Er hangt een plaat ijzer voor een gat in de muur en dat is dan het raam. Omdat die plaat er nu hangt is het donker binnen. Het dak vertoont vele gaten en ik stel me direct voor hoe het zal zijn als het regent. Dan is het geen pretje. Wanneer de meiden in het centrum zich optutten voor de “chapati-evening” op zaterdagavond, kan ik me niet voorstellen dat ze stuk voor stuk uit een vergelijkbare thuissituatie komen en toch is het zo. Enorme tegenstellingen. Wat gelijk gebleven is, is de hoeveelheid geld. Dat hadden ze niet en dat hebben ze nog niet. Vandaag wordt me duidelijk, dat, wil ik iets voor deze meiden kunnen betekenen, ik dan vooral moet zorgen dat er een curriculum voor deze opleiding komt dat klinkt als een klok, waardoor de Keniaanse overheid deze opleiding zal erkennen. Dan kunnen deze meiden aan de slag en zullen ze in staat zijn om iets meer geld te verdienen dan de families waaruit zij voortkomen. Je kunt ook zeggen: “Nou, blijf dan maar matten vlechten!!!!” Ja, dat kan ook. Na zo’n dag als vandaag is het echt heel moeilijk te zeggen of het ook werkelijk anders moet dan de manier waarop de grootouders van Mariam door het leven gaan. Hij eet zijn ugali, geniet van een mango, slaat met zijn machete een paar kokosnoten voor mij gereed (ik krijg natuurlijk ook een cadeautje terug!!!) en kuiert over zijn erf. Het is alsof ik mijn grootvader terug zie. Bij het afscheid zegt hij dat ik onderweg vooral voorzichtig moet zijn en heel goed moet uitkijken om niet te vallen. De familie heeft namelijk uitgebreid gediscussieerd met Mariam of ze mij wel mee zal nemen de heuvel op. Ze denken – gezien mijn leeftijd – dat ik dat niet haal. Als ik doorkrijg waarover het gaat, leg ik uit dat ik heel goed in staat ben zo’n heuvel op te lopen. Later moet ik toegeven dat het een hele klim is, maar toch nog wel goed te doen voor mij hoor. Tussendoor nog even dit. Een heel eind verderop in het dal is een voorraadtank voor water gemaakt en er ligt een slang naar deze nederzetting waar een 20 tal families uit de omgeving het water uit een kraan komen tappen. Mariam noemt het de “Jacuzzi” van de buurt: iedereen komt er water halen. Dat betekent dat er in de huizen geen kraan is, maar dat het water wel dichtbij bereikbaar is. Een hele luxe!!!! Kosten daarvoor zijn 100 Keniaanse shillings per maand per “grootfamilie”. Dat is een dagloon van een laagbetaalde arbeider die in ruil voor zijn arbeid dan dus € 1,00 krijgt. De twintig huishoudens betalen dus per maand elk die Ksh 100 voor het water en per jaar is dat € 240,00. Op die manier hebben dan – ik schat – 200 mensen redelijk schoon drinkwater, voor maar een euro per jaar per persoon. Het enige probleem is wel dat die euro er dan toch wel moet zijn. Ook hier is het spreekwoord: “Geen geld, geen Zwitsers!”. Elke maand komt een ambtenaar het geld innen.

Mannen liepen er ook wel rond, zitten bij elkaar, praten en eten een sinaasappel die we meegenomen hadden: de rijkdom wordt snel verdeeld. Broers van Mariam, ze is de jongste uit een gezin van tien, waren op jacht. Ik heb alleen schoonzussen gezien. De zussen zijn getrouwd en wonen in het huis van hun man om dáár ugali klaar te maken. Kortom, in de familieverhoudingen wordt het dus zo dat een moeder altijd schoondochters over de vloer krijgt. Zonen blijven wonen waar ze geboren zijn. Haar eigen dochters trouwen het huis uit. Voor de goede orde: zonen erven, maar dochters niet. Eén van de studentes heeft me dat keurig uitgelegd en nadat de erfenis verdeeld was, was er voor haar niets en ze kon vertrékken. Ik zag bij deze familie vooral drie flinke meiden die lekker bezig waren met de kinderen en ondertussen de manden vlochten. Hoe de familie-verhoudingen precies liggen is me niet helemaal duidelijk geworden. Ook doordat het heel gewoon is dat nichten en neven met elkaar trouwen (althans een relatie onderhouden), dat mannen meerdere vrouwen hebben, en de zonen en dochters van een stiefmoeder (als de jouw eigen moeder zoals bij Mariam is overleden) ook jouw “neven en nichten worden”. Ik heb nu op de markt in Kwale al zoveel cousins and nices ontmoet dat ik me moeilijk kan voorstellen dat het allemaal bloedverwanten zijn. Anderzijds zie ik ook wel vaak een gelijkenis, moet ik zeggen.

Wat was het verdrietigste vandaag? Dat er bij deze familie ook een meisje zat van omstreeks 16 jaar. Waarom ze er was is niet duidelijk geworden. Ze was geen lid van de familie, dat maakte Mariam mij wel duidelijk. Ze was er gewoon. Ze had 14 dagen daarvoor een keizersnee ondergaan omdat ze zwanger was en er uit dit lijf geen kindje via de normale weg geboren kon worden. Eén blik op haar maakte dat wel duidelijk. Voor de ingewijden: stel je eens een mix voor van Bar.c. en Syph., dan is het je wel duidelijk. Van wie ze zwanger was???? Ze had geen idee. Hoe ze zwanger was geworden? Niet over te praten. Wat moest ze met het kindje? Geen antwoord. Geen enkel idee hoe ze hier nou mee moest omgaan. Totaal incapabel om ook maar enige uiting te geven wat er in haar omging. Ik mag wel zeggen: schokkend. Nogmaals, totaal onduidelijk wie de vader was, maar dit meisje was bij voorbaat al slachtoffer aan alle kanten. Mariam wist ook niet hoe het zat, terwijl zij met Pasen toch thuis geweest was. De praktijk was echter wel dat hier een soort van sociale hulpverlening op het platteland geregeld werd, waarbij het kindje in elk geval geen honger hoefde te lijden, omdat twee van de drie aanwezige schoondochters toch ook een kind aan de borst hadden. Vier borsten vol met melk moet toch wel voldoende zijn voor drie kinderen. Wat ik zo zag: melk genoeg!!! Nogmaals, er heerst geen honger. Eten is eenvoudig en er is dan wel weinig variatie, basiseiwitten zijn er wel en het fruit (mango’s en bananen) brengen wat vitamines. De sociale problemen worden ter plekke dus wel opgelost, al is het wel zo dat de samenhang in de familie gewaarborgd wordt door de aanwezigheid van twee oude mensen die de hele dag door zorgen voor de regelmaat, het vertrouwen in het leven en de zekerheid van de dagelijkse werkzaamheden. Ik vond het tekenend en tegelijk ook wel heel prachtig dat op nog geen 15 meter van de plek waar wij de thee dronken de reeds overleden familieleden begraven liggen. Leven en sterven, heden en verleden, het ligt allemaal zo dicht bij elkaar. Toekomst? Dat is echt iets voor cultuurlanden als het onze. Hebben de mensen in Kenia geen toekomst? Ja, zeker. De politieke situatie is rustiger. Er wordt gewerkt hoewel er heel weinig verdiend wordt. Het meeste geld bevindt zich bij een paar mensen. Maar Raila Odinga heeft in elk geval toch tegen Robert Mogabe gezegd: “Let the people decide”. Nu maar wachten wat ze willen. Net zoals wij het mogen zeggen wat we graag willen. Toch is het hier iets anders; het gaat hier – zo merk ik sinds ik hier ben – meer om de dingen van elke dag. Wij moeten altijd ergens heen of iets worden en staan weinig stil bij de dingen van vandaag. Hoe vaak heb ik als klein jongetje niet gehoord: “Wat ga je later worden?“ Ik wist het niet. Geen idee wat mij te wachten stond in het leven en wat ik toen als bevredigend antwoord had moeten geven. Stel dat ik toen gezegd had, 10 jaar oud, toekijkend hoe de dagloner van mijn opa de koeien zat te melken: “Ik word homeopaat!!!” Hier op deze prachtige plaats in een dal in het zuidoosten van Kenia is het meer “bestaan” en “zijn” en niet “iets worden”. Ik kon me niet aan de indruk onttrekken dat ik hier iets dichter bij de stam van de holenbeer was. Met zoveel nadruk kreeg ik bij het afscheid te horen om onderweg toch vooral voorzichtig te zijn en lang te leven, gezond te blijven en terug te komen. Dezelfde dingen las ik ook in het genoemde boek. Mariam draagt haar tweede achternaam van haar grootvader: Mwachili. Het zit zo: achili betekent “hersenen” of “verstand” en “mw” is het begin van “hij met…”. Zo draagt zij de naam van de leider van de nederzetting: Mariam Juma (de naam van haar vader: die daar dus vlak bij onder een zwerfkei ligt) Mwachili. Het wordt dan iets als Mariam van Juma van de man met de hersenen. Je kunt het slechter treffen.

Nog een kleine opmerking. De meeste mensen in deze nederzetting hebben voor de overheid geen identiteit. Ze bestaan niet. Ze worden geboren, ze leven en ze gaan een keer dood. Daar waar het leven voor hen eindigt, daar worden ze ook begraven. Er wordt geen in de zeer afgelegen gebieden geen aangifte van een geboorte gedaan, trouwen is een afspraak tussen twee mensen en twee families. Een burgerlijke stand is er in deze gebieden niet. Dat wil zeggen, het moet officieel wel, maar niet iedereen doet dat. Het zijn ook vele einden lopen en vooral als het moslims zijn (zijn er veel hier) dan moet het lichaam dezelfde dag nog begraven worden. Je gaat dan niet eerst op stap om aan een ambtenaar te vertellen dat er iemand is overleden en te vragen of er begraven mag worden. Men begraaft gewoon. Om de zoveel jaar wordt de bevolking geteld (in aantallen), maar er wordt niet gekeken welke personen er nou precies zijn. Kortom, de aantallen zijn wel redelijk bekend, maar die dat nou allemaal zijn……nee, dat is weer een geheel ander verhaal. Iedereen kent de mensen in de buurt, maar er is geregeld niets officieel geregistreerd. Datzelfde geldt ook voor een aantal van de meiden hier in het centrum. Marie heeft eerst geregeld dat ze allemaal een identiteit kregen en ook een identiteitskaart. Je mag dan vertellen wie je bent, waar je geboren bent, wanneer (geregeld is dat helemaal niet duidelijk en de meiden hanteren diverse geboortedata, afhankelijk van de situatie) etc. etc. Dat alles kan dan alsnog worden vastgelegd en dat besta je (voor de overheid). Dan kun je ook een paspoort krijgen, om – dat willen ze allemaal – naar dat rijke Nederland te gaan (met die kassen en die intensieve landbouw) omdat ze denken dat daar de glorie en de rijkdom voor hen klaar ligt. Ik probeer het geregeld weer uit te leggen, maar dat heeft niet veel succes. Vertellen dat er in dat rijke westen tegelijk zo veel geestelijke armoede en verslaving aan “hebben” is, helpt niet veel. Dat er zoveel mensen moe en somber en agressief zijn……..ze kunnen het niet geloven, omdat zij niets “hebben” en naast het “zijn” verlangen ze naar meer. Suleiman die hier mijn was doet voor Ksh 100 per keer en dat is heel veel voor hem, zag mijn opwindlamp (knijpkat voor als de stroom uitvalt). Prachtig!! Hij ziet dat hij daar in zijn “shamba” heel veel mee kan. Het wordt in Kenia om kwart over zes al donker en even later gaat het licht helemaal uit. In de huizen zijn eenvoudige paraffine-lampen (een blikje met een tuitje en een lont), maar voor buiten is er niets. Batterijen zijn heel erg duur. Met de lamp kan hij ook in de avond nog buiten werken in zijn tuin en dan wat groente verkopen. Nu zorgt hij overdag voor de tuin bij het centrum (aubergines, trostomaten, ect. etc.), maar als hij thuis komt (half uurtje meet de matatu voor Ksh 70) moet hij daar nog aan het werk als hij wat extra wil verdienen. Hij is een prima tuinman en het enige gereedschap dat hij gebruikt is zijn machete: onkruid wieden, gaten graven voor de opbindstokken, kanten snijden, gras planten (hier wordt gras niet gezaaid, maar plantje voor plantje in de grond gezet) en desnoods een slang mee doden. Ik geloof dat ik die lamp hier maar achterlaat. Voor € 6,95 koop ik bij de Blokker wel weer een nieuwe

Contact

De Kragge 47
8483 JV Scherpenzeel (Fr.)

Tel. 0561 480 950

Telefonisch spreekuur:
maandag t/m vrijdag
van 8.30-9.30 uur.