9 juni 2008
Kerkdienst op de kookplaats en...........weer naar huis.
Inmiddels ben ik thuis. Toch wil ik in gedachten nog even terug. Vergeten een aardig toneeltje te beschrijven. We staan tussen de middag (ik denk dat het 3 juni was) met de kookploeg bij de keuken. Jullie weten: twee maal per dag koken de meiden een warme maaltijd. De lunch wordt reeds in de vroege ochtend voorbereid en met een paar snelle handen en een houtskoolvuurtje ligt er dan weer “ugali met sukumawiki” op de borden. Het is er altijd gezellig en we maken dan graag een kletsje. De mobieltjes gaan zo nu en dan af en de meiden wisselen hun ringtones ook: net een moderne samenleving. Nogmaals, mobieltjes worden nauwelijks gebruikt om te bellen, maar vooral om seintjes mee te geven: kostenbesparend!!!! Plotseling hoor ik als ringtone “By the rivers of Babylon......” van Boney M. Joyce en ik zingen spontaan mee. Wij kennen die hit nog wel uit onze jonge jaren. De meiden kijken verrast op. De telefoon wordt opnieuw op ringtone gezet en we leren hen snel het hele liedje. Even goed duidelijk de Engelse tekst zeggen en daar zingt het hele koor mee. Joyce legt uit dat de man van de popgroep in Lelystad woonde (waar wij ooit ook woonden) en dat wij die popgroep heel goed kennen van vele hits. Dan zeg ik: “Ja, maar wat zingen ze nou precies. Luister nou eens goed:
By the rivers of Babylon, where we sat down,
Yeah, we wept when we remembered Zion.
By the rivers of Babylon, where we sat down,
Yeah, we wept when we remembered Zion.
Then the wicked carried us away in captivity
Requiring from us a song.
Now how shall we sing the Lord’s song in a strange land. (enz.)
Ze hebben geen idee waarop ik doel. Ik zeg: “Ze zingen een psalm. Een psalm die gaat over wonen in den vreemde wanneer je door vijandige soldaten uit je land bent weggevoerd. Dat ze dan ook nog van je verlangen dat je voor hen één van je vaderlandsliederen moet zingen en dat je het dan niet over je hart kunt verkrijgen om daar het kroningslied van jouw God te zingen. Dat daarom de lier maar aan de wilgen werd gehangen.” Ze kijken me verbaasd aan, vol ongeloof. Vooral Christine Musembi die mede de kern vormt van de “christians” van de groep. Ik zeg tegen haar: “Haal je bijbel maar, dan lees ik het voor.” Ze aarzelt en kan het nauwelijks geloven. Ik moedig haar aan en even later is ze toch weg om met haar bijbeltje terug te komen. Ik zoek even en lees dan Psalm 137 met dat stukje uit de ringtones er midden in. Voor jullie, beste lezers, eerst maar even dat stukje wereldliteratuur.
Psalm 137, Aan Babels stromen.
Aan Babels stromen, daar zaten wij, ook weenden wij,
als wij Sion gedachten.
Aan de wilgen aldaar
hingen wij onze citers;
want daar begeerden zij die ons gevangen hielden,
van ons een lied,
en zij die ons mishandelden, vreugdebetoon:
Zingt ons een der liederen van Sion!
Hoe zouden wij des Heren lied zingen
op vreemde grond?
Indien ik u vergete o Jeruzalem,
zo vergete (mij) mijn rechterhand;
mijn tong kleve aan mijn verhemelte,
als ik uwer niet gedenk,
als ik Jeruzalem niet verhef
boven mijn hoogste vreugde.
Daarna leg ik uit wat deze psalm betekent. Ik trek gewoon een “godsdienstlaatje” van lang geleden open en vertel het verhaal. De psalm die daarbij hoort geeft de illustratie van de treurige historie van het volk van Israël. Inmiddels weet Christine Musembi dat ik het één en ander van homeopathie weet en dat wel kan uitleggen, maar dat we hier even een kleine kerkdienst spelen.......daar kan ze nog niet goed bij. Ze is een beetje perplex en ik eigenlijk ook wel. Dit is een andere kerkdienst dan een paar weken geleden toen daar twee heren hun feestje stonden te vieren. Ik geef haar haar bijbeltje terug. Ze gaat zitten, leest en herleest. Ik maak deze foto.
Het is voor mij één van de ontroerendste momenten van mijn verblijf in Kenia. Vooral in het begin hebben de meiden mij een vreemde “Mzungu” gevonden en door toch persoonlijke contacten niet uit de weg te gaan en vooral te reageren in het hier en nu, zijn ze gaan zien dat ik kloven tussen culturen wil overbruggen. Voor Christine is het zo “eenvoudig”: ze bestaat echt in haar geloof. Ik herken in mezelf, als ik terugkijk naar vele jaren geleden, dat zaken rondom “religie en geloof” vaak zo beladen waren. Dat speelt voorhaar helemaal niet: ze valt er gewoon mee samen, net zoals ik voel dat ik samenval met mijn vak. Dát maakt dan dat er een raakvlak ontstaat. Op dat raakvlak blijft ze overigens wel nadenken. Ze heeft me tijdens een van de eerste colleges al gevraagd of ik wil uitleggen hoe dat hele fenomeen van de miasma’s in elkaar steekt. Toen ze het vroeg schrok ik. Het is een omstreden fenomeen in de homeopathie en dit deel van de theorie uitleggen op een korte en bondige wijze en dan ook nog aan deze meiden in deze fase van hun studie en bovendien in het Engels...........dat is nog niet zo heel eenvoudig. Toch heb ik dat een paar dagen eerder gedaan en omdat juist zíj het mij vroeg heb ik daarbij het beeld van de zondeval gebruikt. In feite is het drama van de menselijke soort daar in beeldvorm te lezen. Ik heb verteld dat ik dat beeld graag gebruik om duidelijk te maken in welke valkuil de mens terecht is gekomen en hoe die valkuil samenhangt met de diversiteit van onze chronische ziekten. Religieuze beelden zijn deze meiden wel bekend, maar het is voor hen geen alledaagse gewoonte om daar de theorieën omtrent ziekte en gezondheid aan te hangen. Ze is verrast geweest dat ik dat toch deed. Tegelijk ben ik dan terug bij Rebecca die van mij toch maar steeds wil weten of ik nou christian of moslim ben: “Je moet toch íets wezen?” Ze ervaart het in de eerste weken als “armoede” voor mij, als ik daar – voor haar – geen bevredigend antwoord op geef. Ik ben er tijdens het laatste college (paragraaf 2 van het Organon in samenhang met “Static or Dynamic Concept of Health, geformuleerd door Tinus Smits) nog op teruggekomen. De laatste zin daar luidt:
“But once we arrive at our centre, we are able to grow in consciousness, adjusting our energy also on the physical level in the way that we can avoid illness, at least chronic illness. At that level a person does not have any more deep hidden traumas which can cause any disturbance of chronic nature. Because at that level we are linked with our Higher Self and we are conscious of the steps we have to make to develop our selves and we are not longer guided by our ego, lack of self love, etc. There is no materialization of illness any more; we become really the masters of our life at every level, guided by Universal Love.”
Ik probeer uit te leggen wat mijn “hoogste genot” in de homeopathie is: mensen in contact te brengen met de genezende krachten uit de natuur en dan nog wel op een energetische wijze door middel van de medicijnen in een potentie, een potentie die zo ijl en tegelijk zo krachtig is, dat je gebruik maakt van de (her)scheppende kracht van “Universal Love” die je ook mag vertalen als “God”, of welke naam je haar of hem maar mag geven. Het blijft altijd lastig om uit te leggen hoe homeopathie werkt, maar daarom doet het nog geen afbreuk aan het genezend mechanisme. Wil je homeopathie zien werken, sneller en beter nog dan in dit “ontwikkelde” westen, kijk dan maar hoe het gaat in Afrika. Bij de juiste keuze van het medicijn is het tempo van genezen vele malen hoger dan in de “geciviliseerde” landen.
Opnieuw praten over dit deel van het vak levert aan het eind van ons college ontroerende momenten op. Daar, ergens in een klam klaslokaaltje in Kwale, Kenia, praten we over het drama van de chronische ziekten, over de zondeval, over Universal Love, over mogelijkheden van herschepping, over kinderziekten, over de doop en over andere reinigingsrituelen en over dat wat ons bindt en niet over wat ons scheidt van elkaar. Ik weet dat ik Kwale weer achter me moet laten, maar deze meiden maken dat niet gemakkelijk. Ook maar een foto van Rebecca, die deze weken zo vaak heel dichtbij was. De foto is genomen in de kerk van Kwale waar we een paar weken geleden te gast waren. Marie legt uit wie we zijn en wat er in het centrum gebeurt. Rebecca is de tweede van rechts.
Nu terug naar 5 juni, mijn reisdag. Het is een dag met vele sentimenten, zeg maar gevoeligheden. De tranen zitten mij geregeld hoog. Gisteravond laat nog een glas wijn met Marie gedronken. Ze vroeg toch naar mijn ervaringen en mijn evaluatie. Ik heb geprobeerd zo genuanceerd mogelijk te vertellen wat mijn plussen en minnen zijn. Ik begrijp zo goed dat dit project haar “kind” is en dan is het heel moeilijk om te luisteren naar de “manco’s” die uit deze westerse mond komen. Ik heb gezegd dat ik me zorgen maak over de integrale en langlopende behandeling van deze groep meiden en van de buurmeiden die de kliniek bezoeken. Ervaring opdoen met homeopathie vraagt zo vreselijk veel tijd en wanneer je beginner bent, zie je nog niet al die valkuilen waar je al in terecht gekomen bent zonder dat je het in de gaten hebt. Afrika is een getraumatiseerd continent (jarenlange koloniale uitbuiting), nog steeds is er uitbuiting en een verregaande ongelijkheid, er is een falende gezondheidszorg, een “middeleeuws aandoend onderwijssysteem” en een elitaire bovenlaag (en subtop) die de revolutie en emancipatie niet zullen prediken, omdat zij daar zelf geen enkel belang bij heeft. Marie is vastbesloten de klus te klaren met de Keniaanse docenten die nu lesgeven. Laat ik voorzichtig zijn: hun niveau is niet in overeenstemming met het curriculum dat in de afgelopen weken geformuleerd is. Ik vraag me af of zij in staat zijn om deze lesinhoud aan de studenten over te dragen. Voor Marie is het hard om te horen: ik verwacht van docenten homeopathie een “maatschappijkritische blik” en in persoonlijk opzicht de functie van “rol-model”. Dat mis ik bij deze docenten en gezien het belang dat zij hebben in het conformeren aan het huidige systeem, is het ook niet te verwachten dat zij met een andere houding voor deze groep gaan staan. Bovendien hebben ook zij deuken opgelopen in hun persoonlijke ontwikkeling en hebben daar nauwelijks zicht op. Althans, dat is opnieuw mijn wellicht arrogante visie: ik begrijp heel veel in dit land nog niet: ik zie het wel, maar veel is mij echt vreemd!!! Ik ben nu weer drie dagen thuis en ik heb nog steeds last van mijn arrogante, westerse bril. Negen weken Kenia hebben mij nog niet geleerd hoe dit allemaal moet: de problemen zijn groot, zeer groot en ik begin er net een klein beetje zicht op te krijgen, en ik weet dat ik de oplossingen niet weet. Bovendien weet ik niet eens wie die oplossing eigenlijk vraagt. Misschien is het net als met de theorie van de miasma’s en de kinderziekten: elke nieuwe generatie (ook deze studiegroep) krijgt de kans om afrekening te houden met “opgezadelde zooi vanuit het verleden”. Daarom is mijn hoop ook gericht op Christine, Elisabeth, Rebecca, Chizi, Siti etc. etc. Het kan met hén beginnen en ik heb hoop. Deze meiden moeten gevoed worden met creatieve ideeën en niet met ouwe koek. Zij kunnen (moeten) de bouwers van hun land worden. Zij kunnen (moeten) de gezondheidszorg een eerlijker en gezonder gezicht gaan geven. Dat het kan met homeopathie is mij in deze weken wel duidelijk geworden. Daar twijfel ik in het geheel niet aan. Dat geldt ook voor “psychische aandoeningen”: ook op dat vlak heb ik duidelijke reacties gezien en ik zou niet weten waarom je dat niet zou kunnen extrapoleren op grotere groepen als: jaargangen studenten, secondary schools met 700 leerlingen, bevolkingsgroepen, tribes en volkeren. Maar hoe moet je de aanzet geven tot emancipatie en eerlijke verhoudingen en relaties in een land dat vergeven is van de corruptie en waar de persoonlijke belangen de motivatie zijn van elke afzonderlijke handeling. Joyce las in Kenia opnieuw “Emotional Healing” van Peter Chappell en het is haar ook wel duidelijk: hier moet een getraumatiseerd volk behandeld worden. In de praktijk lijkt het wel op Nederland: hier kan ik systemen ook niet veranderen. Het enige dat ik goed kan is patiënten behandelen en aan een groep geïnteresseerden uitleggen hoe dit vak in elkaar steekt. Daar heb ik dan ook veel lol in en dat geeft mij voldoening. Misschien had Marie mij aan de vooravond van mijn reis veel duidelijker moeten voorlichten wat ik hier zou gaan meemaken en ook wat de beperktheden zijn van de mensen met wie ik zou moeten gaan werken. Ook dat ik zou aanlopen tegen “efficiëntie”, “afspraken die geen afspraken zijn”, niveau van werken, gedrag, verborgen agenda’s, diepe persoonlijke problematiek, “gezooi met relaties” (monogamie is hier echt een heel raar begrip), verschillen in culturen en aanpassingsproblematiek. Alles zelf uitknobbelen is wel aardig, maar is ook heel frusterend gebleken.
Terug naar de reisdag. In de vroege ochtend – nog één keer bij de keukenprinsessen zitten – heb ik op het stoepje bij de keuken thee gedronken met Matata en Daisy. Ik zet de meiden maar even neer met een foto van die ochtend. Het is hier 06.45 uur en hier wordt gewerkt aan de lunch van de komende middag.
Beetje verdrietig zijn we alle drie en dat is ook onontkoombaar. Ze vinden het echt heel jammer dat ik weg ga. Daisy vraagt me wat ze na de opleiding moet gaan doen. Ik zeg: “Meld je maar bij Mrs. Bahati, de directrice van de buurschool waar ook 700 weesmeisjes zitten. Ga daar de trauma’s maar behandelen. Zeer zinvol en je leert er veel. Geld is er weinig in dit land, dus het starten van een praktijk is heel moeilijk. Patiënten zijn er zat en als je een onderkomen hebt en je krijgt te eten, dan kun je zeer zinvolle dingen doen. Gewoon aan de slag gaan dus. Natuurlijk wordt het moeilijk, maar dat is het voor mij ook. Gewoon aan de slag en dan heb je gelijk 700 patiënten: ze zijn allemaal getraumatiseerd, zonder uitzondering.” Ze kijkt me aan en vraagt of ik dat echt meen. “Ja, dat meen ik echt”, is mijn antwoord. Eerst nog maar een foto van Daisy: ze genoot van alle muziek in mijn computer en speciaal voor haar kopieerde ik ook “Graceland” van Paul Simon. Als je die CD nog in je kast hebt liggen, draai die dan maar even en denk aan Daisy.
Hoe het er uit ziet bij de buren? Direct na de vorige foto maak ik een foto “over het groen heen” en zie dan dit plaatje:
In een aantal gebouwen zijn daar 700 tienermeiden gehuisvest die vanaf 04.30 uur in de weer zijn met de was, met studie en met al die dingen die zo bij de dag horen. Dit soort taferelen ga je in Nederland echt niet meemaken. Aan de ene kant is het prachtig, aan de andere kant denk ik dat er velen overvraagd worden. Op de voorgrond zie je de tuintjes die de meiden zelf moeten bijhouden. Ook dat is enerzijds wel aardig, maar ze zijn om 06.00 uur in de weer!!! Ik weet het: zij vinden het de gewoonste zaak van de wereld. Voor mij het de gewoonste zaak van de wereld om creatieve lesprogramma’s te bedenken en mensen plezier in leren te geven.
Daarna – de stroom is er nog niet af – dagboek 22 afgemaakt en naar Thijs gestuurd, mijn koffers gepakt en ondertussen wat met Joyce geskypt. Ze is al thuis inmiddels en ze heeft nog een paar waardevolle tips voor de reis: waar zoek ik Britisch Airways in Nairobi en neem iets warm mee het vliegtuig in, want het is er koud. Later blijkt dat dat ook echt waardevolle tips zijn. Mariam, onze sponsorgirl, is van slag en komt nog een keer naar me toe. Ze heeft er grote problemen mee dat ik vertrek en ze weet zich geen houding meer te geven. Ik praat wat met haar, maar het helpt niet en daarom lopen we samen maar naar buiten, naar de rest van de groep. Het is “koffiepauze” en het lijkt mij beter dat ze in de groep is en niet alleen maar dicht bij mij. Ik zou graag zien dat deze meiden echt een topbehandeling kregen. Nu zijn er geregeld drie behandelaars die allemaal stukjes van de behandeling doen en onderling veel te weinig afstemmen. Bij een aantal van deze meiden is de problematiek heel groot en is er homeopathische topkwaliteit vereist voor een integrale en langlopende behandeling die een goede afloop redelijk garandeert. Ik heb geprobeerd Marie uit te leggen, dat “acute ziekten” niet werkelijk bestaan, en dat incidentele behandeling (door wisselende therapeuten) alleen zinvol is, wanneer je die altijd ziet in relatie tot het geheel van de behandeling. Het inzicht, de kennis en de ervaring om die visie te volgen, ontbreekt. Ik denk dat het slim is om alle meiden een exemplaar van Inspiring Homeoapthy te sturen, zodat ze kunnen lezen wat ik bedoel met mijn visie op long-term-management. Ik weet dat deze school nog zeer jong is, maar zo snel mogelijk moet toch de kwaliteit verbeterd worden. Laten er toch vooral goeie homeopaten afstuderen over een jaar en geen homeopaten die elke klacht als een afzonderlijk fenomeen zien en daar dan een medicijn bij zoeken. Er kan zoveel meer met dit vak.
Dan is er nog tijd om voor het laatst naar Mwaluganje te lopen. Het is bewolkt en er dreigt een beetje regen. In eerste instantie zie ik niet veel, maar met de verrekijker zie ik vele families olifanten. In diverse groepen is wat onrust en ze trompetteren luid. Het klinkt prachtig door de vallei. Op geluid van vogels na is het verder stil. Ik neem de tijd, geniet van het uitzicht met in mijn hoofd het liedje van Gerard van Maasakkers: “dit uur van mij”. Op deze plek zat ik bijna drie weken geleden ook met Joyce. Ik realiseer me dat dat we dat allebei hebben: we kunnen het heel goed in ons eentje, maar toch “liever met jou”. Laatste foto van Mwaluganje (ik kan er maar geen genoeg van krijgen):
Tegen half één weer terug en Marie vroeg me met haar te lunchen. Daar kreeg ik een kadootje en dat bleek een schilderwerk van Felix te zijn. Felix is één van de patiënten die ik mede behandelde. Een spastische jongeman (zuurstofgebrek bij de geboorte) en hij verlangt zo sterk naar een vriendin. De problemen die hij heeft zijn zo “pijnlijk privé” dat hij consulten echt zonder zijn moeder wil. In deze 9 weken heb ik hem drie maal ontmoet en bij de laatste keer zag ik dat hij een prachtige reactie op Carcinosinum had. Ik zie het perspectief en kan helaas de verdere behandeling niet meer volgen. Op zijn schilderij heeft hij Kenia geschilderd met daarin een aantal kenmerkende elementen van zijn land: we gaan het ophangen. Na de lunch neem ik afscheid van Joakim en Mary. Afscheid nemen nu voelt ook raar: vliegtuigen gaan zo snel en voor dat ik het in de gaten heb ben ik al weer ver weg. Het is alsof ik nu al onderweg ben. De taxi is goed op tijd, ik neem afscheid van Marie. Ze haalt alle meiden uit de les naar buiten en ze zwaaien me vriendelijk en hartelijk uit. Matata schreeuwt nog dat ik zeker terug moet komen. Ik weet dat ze het meent.
De reis met Khan is goed. Ik vraag hem te stoppen bij de Baobab-tree op weg naar de t-kruising: dat is werkelijk een kanjer van een boom. Ik heb in al deze weken in de directe omgeving van Kwale geen baobabs gezien en toen ik de dag ervoor Joyce naar Mombasa bracht, zag ik deze plotseling staan. Er is tijd genoeg voor een foto en Khan (taxi-chauffeur) is zeer behulpzaam.
Bij de pont van Likoni naar Mombasa koop ik cashew-noten voor Joyce en op de boot zie ik dezelfde “security man” als tijdens de ochtend van onze safari en we praten nog even. Leuk hoor. Naast al die “serieuze gesprekken” rondom het vak (colleges en consulten) vind ik die “losse” contacten ook vaak zo verrassend en leuk. Khan heeft in de gaten dat ik baobabs erg mooi vind en hij weet een “baobab-park” in Mombasa. Dat is maar een klein stukje omrijden en hij laat me daar even rustig doorheen lopen en foto’s maken. Wat een kanjers. Ik maak een wandeling van 10 minuten en hij rijdt rustig mee om me later weer op te pikken. Hij laat me ook nog een paar andere zaken in Mombasa zien en hij zou zeker wel geschikt zijn om ons een hele dag door Mombasa te rijden. Ik zal het Evelien zeggen dat ze Khan moet vragen naar de baobabs te rijden. Ongelooflijk mooi. Het is zoiets als het Vondelpark, maar dan met dikkere bomen. Kijk maar:
Als wij bij het vliegveld aankomen – de taxi staat nog niet eens stil – staat er al een jongen klaar om mijn koffers te tillen en te brengen naar daar waar ik ze hebben wil. Ik laat het me aanleunen en ik weet hoogte van de fooi inmiddels wel. Trouwens, het is zijn werk en ik huur hem. Werk is hier ook geld en met geld kun je maïsmeel kopen en van maïsmeel maak je ugali en als je ugali eet heb je geen honger. In no time ben ik door de incheck. Wel in Nairobi zelf mijn koffers regelen en daar opnieuw inchecken. Daar is de controle door British Airways zeer streng en al die 400 passagiers worden 4 keer totaal gescreend. Veel mensen zijn geërgerd, maar het moet kennelijk. Heb je net je schoenen weer aan de broekriem door de lusjes gedaan en sla je een hoek om, staat er weer een leger voor je gereed. Veel passagiers moeten de koffers helemaal uitpakken. Toch vertrekt het vliegtuig op tijd. Na een hapje eten rond middernacht doe ik een slaappoging en dat gaat redelijke goed. Op Heathrow zie ik het “westen” weer terug in de vorm van een gigantische kaviaarbar en aanverwante zaken en ik weet het even niet goed: een wereld van verschillen. Er is bestaan in een Makuti en er is bestaan op Heathrow. Overal mensen. Ergens daartussen kijkt een homeopaat. In drie kwartier sta ik op Schiphol en korte tijd later zit ik al in de trein naar Lelystad. Samen rijden we naar huis, ik ga proberen alles een plekje te geven. Eerst maar wandelen: links van ons Scherpenzeel en Munnekeburen, rechts de Rottige Meenthe: mooi zonnig weer en het is stil. Aan het eind van de middag een glaasje port op de veranda: “Wat hebben we het goed!!!
De Kragge 47
8483 JV Scherpenzeel (Fr.)
Tel. 0561 480 950
Telefonisch spreekuur:
maandag t/m vrijdag
van 8.30-9.30 uur.